2.1 Design Based Education
Hoewel studenten specifiek een opleiding kiezen en een programma volgen passend bij het werkveld van die opleiding, heeft de hogeschool er in de fusie voor gekozen een algemeen onderwijsconcept te introduceren wat een onderlegger vormt voor de opleidingsprogramma's. In 2020 was de implementatie van DBE vergevorderd; waardoor een groot deel van de startende studenten in dit onderwijsconcept studeerde of in een van de flexibele varianten. In 2020 zou aanvankelijk het experiment leeruitkomsten (flexibilisering) afgesloten worden; inmiddels heeft het ministerie uitstel verleend op grond van de negatieve effecten van de Coronamaatregelen.
Transitie/invoering DBE
Het onderwijsconcept DBE is de laatste jaren breed ingevoerd. De invoering is uitgevoerd in drie tranches en startte in september 2018. Inclusief het studiejaar 2020-2021 heeft bij benadering 66% van de leerjaren van de DBE-opleidingen nu dit onderwijsconcept. In 2021 starten de associate degree, de bachelor Tourism en een (master)opleiding met DBE; dezen kregen uitstel van invoering in verband met de coronacrisis en lopende accreditaties. Daarmee zijn we op koers om ons doel om DBE in 2024 bij alle opleidingen te hebben ingevoerd.
Monitoring
Ook in 2020 is de DBE-monitor afgenomen bij alle academies om de invoering te kunnen volgen en aanknopingspunten te hebben voor de doorontwikkeling van het DBE-concept. Dit jaar zijn er gesprekken gevoerd met opleidingen aan de hand van een praatplaat waarin de facetten van DBE en onderwijskundige randvoorwaarden zijn opgenomen. Net als in 2019 is dit jaar gesproken met verschillende opleidingen waarbij er een hogeschoolbreed rapport is opgeleverd. Voor 2020 lag de focus meer op de rapportage op academieniveau. In totaal zijn er met 25 opleidingen verspreid over 13 academies gesprekken gevoerd. De opleidingen werden geselecteerd in een gesprek met de academiedirecteur om daarmee aan te sluiten bij de wensen van de academie. Naast de gesprekken is er dit jaar ook voor gekozen om een enquête uit te zetten onder de docenten over hun ervaringen met DBE.
Hieronder zijn de belangrijkste waarnemingen opgesomd op basis van de gehouden gesprekken:
- Deelnemers zijn overwegend positief over DBE en voorzichtig positief over het effect van DBE op studenten.
- De ontwikkeling richting DBE is een intensief teamproces. De samenwerking in een team, soms over meerdere locaties is lastig. Voldoende aanjagers en een zorgvuldig en goed geleid proces zijn belangrijke succesfactoren.
- Veel opleidingen hebben een mooie slag gemaakt in het robuuster maken van het onderwijs. Een beperkt aantal opleidingen heeft moeite met de kaders met betrekking tot minder toetsen.
- Het ontwikkelen van DBE en het uitvoeren van diverse concepten naast elkaar is intensief.
- Opleidingen leren van ervaringen met DBE. Diverse opleidingen zijn toe aan een stevige doorontwikkeling.
- Veel opleidingen zijn vooral op het eigen leerplan gericht geweest. Binnen een aantal academies is ook sprake van opleidingsoverstijgende samenwerking. Academie-overstijgende samenwerking is nog beperkt. Net als de samenwerking met onderzoeksgroepen en onderzoekers.
- Er zijn vele mooie voorbeelden van ateliers, experimenten en onderzoeken. Deze kunnen nog beter gedeeld worden.
- De taakbelasting en bedrijfsvoering (roostering) sluit nog niet altijd goed aan op DBE en/of de wensen van de opleiding.
Kennisdeling
Waar in de voorgaande jaren nog regelmatig fysieke bijeenkomsten met collega’s werden gehouden om kennis te delen, was dat het afgelopen jaar anders. De ondersteuning en de kennisdeling verschoven naar het digitale platform en een SharePoint-omgeving. In deze omgeving konden collega’s instrumenten en ervaringen vinden die ze kunnen gebruiken bij de voorbereiding en uitvoering van hun onderwijsactiviteiten.
Extern sloten we aan bij de volgende ontwikkelingen:
- Input leveren bij de ontwikkeling van de strategische agenda voor het hoger onderwijs van het ministerie van OCW.
- Actieve bijdragen aan de leergang onderwijsinnovatie; een leergang van vier hogescholen om gezamenlijk te leren van elkaars innovaties.
- Het RUN-EU project.
- Meer incidenteel waren er contacten met diverse externe instellingen om informatie te verstrekken en mee te denken over onderwijskundige ontwikkelingen richting DBE.
Doorontwikkeling DBE
Om de helderheid en eenduidigheid van de ontwerpkaders van DBE verder vorm te geven, vond voor de coronacrisis in het hogeschoolberaad, het tweewekelijkse overleg waar alle directeuren aan deelnemen, een workshop plaats om te achterhalen waar de zwaartepunten van deze ontwerpkaders zouden moeten liggen. Op basis van deze input zijn de ontwerpkaders opnieuw geordend, geschrapt, aangescherpt en/of herschreven.
Uit de monitoring van het jaar 2019 bleek dat toetsing als een lastig onderdeel van het onderwijs wordt ervaren. Om die reden is een uitvoeringsnotitie onderwijs verschenen en gaat een groep consultants de academies intensiever begeleiden op dit punt.
Onderzoek naar effecten DBE
DBE was een belangrijk onderwerp bij de ITK als nieuw ontwikkeld onderwijsmodel van de hogeschool. Niet alleen voor de ITK maar ook voor de hogeschool zelf is het van belang dat de effecten van DBE worden onderzocht. Dit wordt gedaan door het HowULearn onderzoek, de Nationale Studenten Enquête (NSE) en een onderzoek naar de rendementen. Omdat de NSE in 2020 niet is afgenomen, is deze vervangen door de NHL Stenden vragenlijst. Studenten gaven aan tevreden te zijn over het onderwijs, maar het studeren op afstand als gevolg van de coronamaatregelen geeft uitdagingen ten aanzien van samenwerking en motivatie.
Uit de rendementsanalyses blijkt dat de uitval bij opleidingen met DBE een paar procentpunt lager ligt dan bij niet-DBE-opleidingen. Het percentage studenten dat het eerste leerjaar in de nominale tijd afrondt, is bij DBE-opleidingen iets hoger dan bij andere opleidingen. Ook hier moet voorzichtig met de cijfers worden omgegaan in verband met de coronacrisis. Het HowULearn onderzoek is helaas vroegtijdig gepauzeerd als gevolg van de lockdown.
De projectorganisatie is in 2020 omgebogen naar een projectteam bij thema 1 (intensief en kleinschalig onderwijs) van het plan kwaliteitsafspraken. Hierin wordt ingezet op het versterken van de kwaliteit van het DBE-onderwijs in ateliers, het onderzoeken van de effecten van DBE en het versterken van de evidence voor het onderwijsconcept. Eind 2020 is de projectorganisatie in de stijgers gezet en was er uitgebreide afstemming op zowel inhoudelijk vlak als planning technisch met de andere thema’s.
Online onderwijs en toetsing als gevolg van overheidsmaatregelen
Vanaf half maart was het gedurende een groot deel van het verslagjaar niet mogelijk onderwijs op locatie uit te voeren en zijn onderwijsactiviteiten en toetsen omgezet naar een online variant. Er zijn nieuwe applicaties aangeschaft, zoals Blackboard Collaborate en Feedback Fruits om de online onderwijsactiviteiten te faciliteren. Daarnaast zijn toetsen met behulp van online surveillance afgenomen indien het om schriftelijke toetsen ging waarin reproductie van kennis centraal stond. Het voorkomen van studievertraging stond centraal bij de keuzes die door de hogeschool hierin gemaakt zijn.
Op het moment dat er enkele versoepelingen kwamen voor het hoger onderwijs, is prioriteit gegeven aan kwetsbare (evenals internationale) studenten, eerstejaars studenten, praktijkonderwijs en bepaalde typen toetsen bij het fysiek inroosteren. Vanaf half december ging de harde lockdown weer in en is een deel van deze activiteiten fysiek, maar beperkt, voortgezet en zijn onderwijsactiviteiten waarvoor een online alternatief mogelijk is ook weer op die manier aangeboden.
Digicoaches hebben de teams ondersteund bij de transitie naar deze digitale onderwijsvormen. Het vinden van een alternatief voor een centraal aspect van DBE, de ateliers, was niet eenvoudig maar opleidingen hebben innovatieve oplossingen gezocht en hun onderwijsactiviteiten digitaal aangeboden via bijvoorbeeld opnames van colleges, kennisclips, online ateliers en de inzet van digitale tools om ook recht te doen aan de verschillende leerstijlen en typen onderwijsactiviteiten. Op het moment dat er wat meer mogelijk was, is het praktijkonderwijs en zijn toetsen weer deels op locatie uitgevoerd evenals activiteiten waarbij sociale interactie gewenst is, zoals begeleidingsbijeenkomsten en ateliers. Ook zijn er hybride oplossingen gezocht en gevonden. Er wordt steeds meer duidelijk over de mogelijkheden en effecten van digitale didactiek. Een deel van de studenten geeft aan door het gebrek aan afleiders goed en effectief te kunnen studeren; een ander deel van de studenten geeft aan het contact met medestudenten en coaches/docenten sterk te missen en daardoor belemmerd te worden in de voortgang. Het wegvallen van mogelijkheden voor exchange, Grand Tour minoren en stages in bepaalde sectoren zorgt bovendien voor verschraling van onderwijsprogramma’s en in sommige gevallen vertraging voor studenten.
Online toetsing
Door de lockdown is het gebruik van digitaal toetsen in een stroomversnelling geraakt. Binnen enkele maanden is er een digitale omgeving ingericht waarin digitaal en online getoetst kan worden. Docententeams hebben ook toetsen omgezet naar andere toetsvormen of toetsen gecombineerd. Hiertoe is een memo ontwikkeld (alternatieve toetsvormen) dat is vastgesteld door de examencommissies en de medezeggenschapsraad. Bij hantering van dit memo, waarin alternatieve toetsvormen zijn voorgesteld passend bij de toetsen zoals beschreven in het Onderwijs- en Examenreglement (OER) was aanpassing van het OER niet benodigd omdat de inhoud van de toetsing niet veranderde, slechts het medium (digitaal in plaats van schriftelijk bijvoorbeeld).
Vanaf september 2020 is het proces van digitaal en online toetsen geëvalueerd en in 2021 wordt dit verder ingericht door het lopende proces te optimaliseren. Daarnaast wordt er conform de planning verbonden aan de kwaliteitsafspraken, gewerkt aan toetsbeleid in een samenwerking tussen de dienst O&O en O&S. Dit beleid zal worden afgeleid van de notitie digitale didactiek en de ervaringen met digitaal toetsen opgedaan in 2020 en vastgelegd in het document ‘online toetsen/adviezen verduurzaming’.
Parallel hieraan is het doel de huidige toetsapplicaties op basis van wensen en eisen van de gebruikers verder te verbeteren en betere alternatieven aan te schaffen. Hierbij wordt rekening gehouden met DBE, waarbij het uitgangspunt is dat er een hybride toetsomgeving moet worden gecreëerd waarbij het mogelijk is formatief en summatief digitaal te toetsen op een niveau waarbij metadatering van de toetsen valide en bruikbaar is. De mogelijkheid tot online toetsen wordt hierin meegenomen maar de focus ligt op digitaal toetsen in de gebouwen op een veilige en verantwoorde manier volgens de architectuurprincipes voor veilig toetsen (SURF).
Proctoring
NHL Stenden heeft gekozen voor de inzet van een tool voor online surveillance (proctoring). De applicatie Proctorexam is daartoe door de Functionaris Gegevensbescherming (FG) beoordeeld op de mate waarin privacygevoelige informatie beschikbaar zou kunnen komen. Er is een Data Protection Impact Assessment (DPIA) opgemaakt en studenten zijn via webinars en communicatie op intranet geïnformeerd over de procedures van proctoring en hun recht op bezwaar. Op grond van het gerechtvaardigd belang – namelijk het kunnen voortzetten van de studie via het maken van tentamens op afstand – is voor de inzet van deze online surveillancetool gekozen. Er zijn online helpdesks beschikbaar voor het geval er technische problemen ontstaan. Ook zijn de studenten op verzoek uitgerust met leenapparatuur, zoals webcams en Chromebooks opdat zij in staat zijn op afstand de toetsen te maken.
Afnamecondities proctortoetsen
Aanvankelijk is om technische redenen enkel surveillance op basis van een camera uitgevoerd. Examencommissies wilden de examencondities graag aanscherpen en op hun verzoek is de inzet van de tweede camera bij proctoring eind 2020 alsnog verkend en ingezet. Deze verzwaarde vorm van surveillance geeft hogere bescherming aan studenten (er zijn minder snel twijfels over de afnamekwaliteit) maar vormen in elk geval in de beleving een hogere inbreuk op de privacy. Deze maatregel wordt goed gemonitord en indien nodig wederom in afstemming met betrokkenen herzien.
De wijze van toetsen en de tevredenheid erover is voortdurend gemonitord. Het plaatsonafhankelijk toetsen en kunnen voortzetten van de studieactiviteiten wordt door studenten als een pluspunt gezien; het toetsen met behulp van online surveillance is iets wat als suboptimaal onderkend wordt. Enkele studenten hebben hun bezwaar kenbaar gemaakt en met hen is een passende oplossing gevonden (zoals het aanbieden van een alternatieve toets).
2.2 Onderwijsinnovatie en portfolio
Aanvragen nieuwe opleidingen
In 2020 vroegen we de volgende nieuwe opleidingen aan:
- Ad Didactisch Educatief Professional Leeuwarden & Groningen (deeltijd): de toets macrodoelmatigheid (TMD) werd aangevraagd in 2019, met in oktober 2019 voor Leeuwarden een positief besluit en op heraanvraag van 1 mei 2020 voor Groningen ook met een positief besluit. De visitatie van 2 maart 2020 leidde in 2020 tot een besluit met een beoordeling positief onder voorwaarden. De opleiding ging van start per 1 september 2020 en op 17 december 2020 werd het informatiedossier bij de NVAO ingediend ter beoordeling of aan de voorwaarden is voldaan.
- Master Cyber Safety Leeuwarden (voltijd): de verlenging van het bekostigingsbesluit werd in verband met de coronamaatregelen aangevraagd op 9 juli 2020 met een positief besluit op 13 augustus 2020. De aanvraag voor de toets nieuwe opleiding (TNO) werd ingetrokken op 17 april 2020. De TNO-aanvraag is opnieuw ingediend op 23 september 2020.
- Master Computer Vision & Data Science Leeuwarden (voltijd): de visitatie vond plaats op 7 februari 2020. De verlenging van het bekostigingsbesluit werd in verband met de coronamaatregelen aangevraagd op 2 juli 2020 met een positief besluit op 13 augustus 2020. De aanvraag voor de toets nieuwe opleiding (TNO) werd ingetrokken op 14 april 2020. De TNO-aanvraag is opnieuw ingediend in december 2020.
- Ad Industriële Automatisering en Robotica Leeuwarden en Emmen (duaal): Op 7 januari 2020 is de TNO-aanvraag ingediend. De verlenging van het bekostigingsbesluit werd in verband met de coronamaatregelen aangevraagd op 29 juni 2020 met een positief besluit op 30 juli 2020. De visitatie van 8 april 2020 leidde tot een positief TNO-besluit op 30 november 2020. In december 2020 is deze opleiding in het Croho geregistreerd.
- Ad Bedrijfskunde Leeuwarden (deeltijd): de toets macrodoelmatigheid (TMD) werd aangevraagd op 17 december 2019, met positief resultaat in 2020. De toets nieuwe opleiding (TNO) heeft in 2020 niet plaatsgevonden; deze heeft als gevolg van de coronacrisis vertraging opgelopen.
Portfoliobeleid
Het portfolio van onze hogeschool zegt iets over de historie en over waar collega’s zich mee verbonden voelen. Het zegt ook iets over de relatie met werkgevers in de regio en over het gezicht en de profilering van de hogeschool in Noord-Nederland en (ver) daarbuiten. Het portfolio moet aansluiten bij de visie en strategische keuzes van de hogeschool. Daarom startten we in augustus 2020 met het project portfoliobeleid.
Met dit project hebben we de volgende doelstellingen:
- Toekomstbestendiger portfolio.
- Verhoging van de financierbaarheid en kwaliteit/rendement van opleidingen.
- Meer samenhang en rationalisering van portfolio.
- Transparantie en grip.
- Een gezamenlijke en gedragen visie hierop.
In het traject wordt een SWOT-analyse van het onderwijsportfolio gemaakt. De analyse levert inzichten op over sterktes, zwaktes, kansen en bedreigingen van en voor ons portfolio. Mede op basis van die SWOT-analyse wordt op hogeschoolniveau een kader met strategische criteria en bijbehorend beleid opgebouwd. Het streven is erop gericht het hogeschoolbrede portfoliokader in het voorjaar van 2021 af te ronden.
2.3 Aansluiting
De hogeschool participeert met het voortgezet onderwijs, mbo en andere hbo-instellingen in een aantal netwerken. Deze netwerken hebben tot doel de aansluiting tussen het voortgezet onderwijs, mbo en het hbo te verbeteren, bijvoorbeeld door het gezamenlijk organiseren van projecten die de kwaliteit van de doorstroom naar het hbo bevorderen.
Zo werd in 2020 samengewerkt met mbo-instellingen in de regio bij het aanbieden van doorstroomkeuzedelen voor mbo-studenten voor de sectoren welzijn en economie. Mbo-studenten oriënteren zich in het doorstroomkeuzedeel op studeren op het hbo. In 2020 is gestart met de ontwikkeling van het doorstroomkeuzedeel voor de sector educatie. Ook gingen we in 2020 verder met een aantal samenwerkingsprojecten tussen technische opleidingen van NHL Stenden en het Drenthe College, evenals een samenwerkingsproject tussen de opleiding Tourism Management en mbo-instellingen. Het project Skills Coach, ook een samenwerkingsproject met het mbo waarbij zittende hbo-studenten fungeren als mentor voor mbo-studenten die de overstap willen maken, werd in 2020 doorontwikkeld. Tezamen met ROC Friese Poort en scholen in het voortgezet onderwijs in de regio, heeft NHL Stenden een traject ontwikkeld voor leerlingen die in een verkort traject, via het middelbaar beroepsonderwijs, doorstromen naar het hbo. De samenwerking met mbo-instellingen resulteerde ook in een gezamenlijke aanpak van de voorwaardelijke toelating van mbo-studenten die door de coronacrisis hun mbo-diploma niet op tijd wisten te behalen.
In 2020 is in de vorm van een ‘oriëntatie-atelier’ gestart met een pilot voor het zogenaamde ‘nieuwe leerjaar’. In deze pilot werd leerlingen van het voortgezet algemeen volwassenenonderwijs (vavo) een traject aangeboden waarbinnen zij zich konden oriënteren en voorbereiden op een opleiding op het hbo. Door de coronacrisis is de uitvoering van deze pilot niet afgerond. Met een aantal scholen in het voortgezet onderwijs werden plannen gemaakt om ook voor hun leerlingen een oriëntatie-atelier te organiseren. Met het vavo is gesproken over een vervolg van de pilot. Samen met de Hanzehogeschool en diverse scholen in het voortgezet onderwijs in de regio, is gewerkt aan het ontwikkelen van instrumenten die docenten in het voortgezet onderwijs kunnen ondersteunen bij het implementeren van studievaardigheden in het curriculum van het havo.
Regionaal ambitieplan
In 2020 werd een Regionaal Ambitieplan (RAP) opgesteld. Gelden voor dit ambitieplan worden door het ministerie van OCW ter beschikking gesteld met het doel regionale samenwerking op het gebied van aansluiting en doorstroom te bevorderen. De ambities van het RAP richtten zich op de thema’s studievaardigheden, talentontwikkeling, aansluiting en studiekeuze. Zo werden op basis van het RAP middelen beschikbaar gesteld voor het opzetten van een schakelklas voor vluchtelingen die in het hoger beroepsonderwijs willen gaan studeren, voor het project Junior Honours, waarbij leerlingen uit het voortgezet onderwijs en het mbo die meer uitdaging zoeken, kunnen deelnemen aan een hbo-project en voor DOTs (Docent Ontwikkel Teams). In een DOT ontwikkelen docenten in het voortgezet onderwijs en het hbo gezamenlijk onderwijsmateriaal.
Studiekeuzecheck en 100-dagencheck
De studiekeuzecheck werd ook dit verslagjaar weer verstuurd aan alle aspirant-studenten die zich voor een bachelor of Ad hadden aangemeld. Met alle aspirant-studenten die een negatief advies kregen, werd contact opgenomen om de achtergrond van dit advies te bespreken en de aspirant-student, indien nodig, bewust te maken van eventuele nog uit te voeren activiteiten in het kader van het studiekeuzeproces. Een aantal opleidingen gebruikte de mogelijkheid een eigen matchingsactiviteit te integreren in de studiekeuzecheck.
Ook is in 2020 een vervolg gegeven aan de pilot met de 100-dagencheck. De 100-dagencheck is een online vragenlijst die verstuurd wordt aan (inter)nationale eerstejaarsstudenten van zo’n 50 deelnemende opleidingen. Met behulp van de antwoorden op de vragen willen we een beter beeld krijgen van hoe de studenten de aansluiting hebben ervaren en waar zij in de eerste maanden van hun studie tegenaan lopen. Op die manier kunnen de opleidingen en kan er hogeschoolbreed gerichter aandacht worden besteed aan activiteiten die leiden tot een betere ondersteuning en begeleiding van eerstejaars studenten, zowel voor als na de poort.
2.4 Facilitering
Om studenten goed te faciliteren bij hun (zelf)studie beschikken alle vestigingen over een uitgebreide bibliotheek. Deze is zowel fysiek als digitaal toegankelijk en biedt naast toegang tot informatie ook trainingen, informatievaardigheden, het correct omgaan met referenties en auteursrechten. Het scriptorium biedt ondersteuning bij het schrijven van de afstudeerscriptie.
De hogeschool werkte via de werkgroep 'studeren met een functiebeperking' aan inclusief onderwijs voor alle studenten om invulling te geven aan de in 2018 ondertekende intentieverklaring voor de implementatie van het VN-verdrag voor de rechten van mensen met een handicap. Dit thema is meegenomen in de kwaliteitsafspraken bij het thema 'meer en betere studentbegeleiding en studentsucces'. Studentendecanen zorgden ervoor dat studenten, die dat wegens hun functiebeperking nodig hebben, aanvullende voorzieningen kregen, ook bij het maken van digitale toetsen. Tijdens de coronacrisis was er speciale aandacht voor deze groep. Zo kregen zij onder andere via de decaan de gelegenheid om gebruik te maken van studieruimtes op school.
2.5 Verbreden en verdiepen van de studie
Flexibel onderwijs – Leven Lang Leren
Sinds maart 2020 gold voor de meeste opleidingen binnen het flexibele onderwijsconcept dat er sprake was van relatief lagere negatieve impact van de coronacrisis op het onderwijs dan bij het voltijdsonderwijs. Veel flexopleidingen waren het al gewend. Dat betekende niet dat alles probleemloos verliep; met name het bereiken van de door ons gewenste sociale binding met en tussen studenten werd als gevolg van de coronacrisis een nog grotere uitdaging. Voor een deel van de studenten was de balans studie-werk-privé soms moeilijk(er) te vinden.
Het programma flexibel onderwijs speelde binnen de hogeschool een voorbeeldrol voor het reguliere voltijdsonderwijs: de flexibele opleidingen hadden ruimschoots ervaring in het tijd-, plaats- en leerwegonafhankelijk leren en beoordelen. Deze voorbeeldrol uitte zich onder meer in het hogeschoolbreed implementeren van toetsen op afstand, dat initieel als pilot binnen het programma flexibel onderwijs was gestart.
Tevens verliep de clustervisitatie van 32 opleidingen in februari 2020 positief. Alle betrokken opleidingen werden geaccrediteerd. De aanbevelingen worden aandachtspunten voor doorontwikkeling van de opleidingen.
De borging van flexibel onderwijs werd vormgegeven door het programmateam onder te brengen in de dienst onderwijs- en onderzoekskwaliteit. Daarmee werd flexibel onderwijs een vaste waarde in de organisatie. De opgedane expertise werd tevens gebundeld in een dynamische online-omgeving waarmee de kennisdeling met de gehele organisatie tot stand kwam. Uitvoering van een aantal deelprojecten werd uitgesteld als gevolg van de coronacrisis, waardoor verlenging van de activiteitenperiode werd aangevraagd bij het ministerie.
X-Honours
De activiteiten van X-Honours gingen halverwege maart 2020 online. De situatie omtrent corona is in deze situatie een versneller geweest om de reeds gemaakte plannen voor een hybride aanbod versneld in te voeren. Dit gaf studenten van locaties waar nog geen fysiek aanbod (Groningen en Terschelling) van het X-Honours programma is, de kans om toch deel te nemen. Ook studenten die normaliter vanwege Grand Tour of exchange in het buitenland zijn, hebben de mogelijkheid gehad om actiever deel te nemen.
In 2020 is er een instroom geweest van 93 en was de uitstroom 64 waardoor het aantal deelnemende studenten is gestegen tot 234 studenten. Het aantal toeleverende opleidingen is van 37 naar 34 gegaan. Daarentegen zien we wel een stijging in deelnemende studenten van locaties buiten Leeuwarden. Als belangrijkste reden voor uitstromende studenten wordt helaas nog steeds de beperkingen van het rooster aangegeven.
De inzet van medewerkers om het X-Honours programma aan te bieden bestond uit 8 coaches, 1 ondersteuner en 1 programmamanager, totaal 3,4fte. De coaches worden ingeleend voor 0,2fte per persoon van 8 verschillende opleidingen en/of diensten.
Naast de reguliere X-Honours activiteiten was de programmamanager betrokken bij de ontwikkeling van de zogenoemde oriëntatieateliers. In het eerste semester van 2020 heeft een pilot plaatsgevonden in samenwerking met de academie Economie & Logistiek en de vavo. Ook heeft X-Honours voorbereidingen getroffen invulling te geven aan de kwaliteitsafspraken 2021 thema 2 en 4.
2.6 Financiële ondersteuning
Profileringsfonds
NHL Stenden beschikt over een profileringfonds conform artikel 7.51 WHW ten behoeve van studenten die door bijzondere omstandigheden studievertraging oplopen. Ook kunnen studenten een beroep doen op de regeling Financiële Ondersteuning Topsport. Studentenverenigingen kunnen, mits zij zijn opgenomen in het studenten statuut, een bestuursbeurs aanvragen in het kader van de regeling 'financiële ondersteuning medezeggenschapsraden en studentenorganisaties'. Aanvragen worden beoordeeld door de commissie profileringsfonds.
Na de fusie was de regeling ten aanzien van beurzen versoberd. Op verzoek van studentenverenigingen en de HMR heeft het college van bestuur de regeling eind 2019 passend aangepast, waardoor in 2020 er meer bestuurders van studentenverenigingen een grotere beurs konden ontvangen dan in 2019.
In 2020 kregen 107 individuele studenten en 70 bestuurders van studie- of studentenverenigingen ondersteuning vanuit het profileringsfonds. De totale toekenning uit het profileringsfonds in 2020 bedroeg € 408.792. De verdeling hiervan is weergegeven in de tabel in paragraaf 9.11 bij thema 5 collegegelden.
Noodfonds studenten
Studenten die incidenteel en onvoorzien in financiële moeilijkheden raakten en daardoor in hun studievoortgang werden belemmerd, konden een beroep doen op de Regeling Studenten Noodfonds. Op basis van de regeling werden in 2020 aan 9 studenten leningen verstrekt voor een totaalbedrag van €17.529. Het fonds heeft jaarlijks een budget van €25.000.
Het door de hogeschool beheerde noodfonds ontvangt zijn middelen van de stichting Steunfonds Stenden Hogeschool.
Naast middelen voor het Studenten Noodfonds stelde de laatstgenoemde stichting Steunfonds eveneens middelen ter beschikking voor het studentenpastoraat (Expect), het Centrum voor Levensbeschouwing en de Douwe Tammingabeurzen (fonds voor speciale doelgroep). Deze laatste beurzen zijn toegevoegd aan het steunfonds en worden toegekend aan talentvolle studenten die financiële ondersteuning nodig hebben en die geen beroep kunnen doen op andere fondsen.
Een beperkt aantal (extra) verzoeken aan het noodfonds in 2020 hing samen met de coronacrisis. Dit betrof studenten die als gevolg van de coronacrisis studievertraging hebben opgelopen, dan wel die wegens extra gemaakte kosten of door verlies van eigen werk of dat van ouders in financiële problemen zijn geraakt.
2.7 Rechtsbescherming
College van Beroep voor de examens
Studenten die in beroep wilden gaan tegen een besluit van de examencommissie van de opleiding konden terecht bij het College van Beroep voor de examens. Dit college bestaat uit twee kamers met elk vijf leden, twee voorzitters daarbij inbegrepen en uit vijf plaatsvervangende leden, een plaatsvervangend voorzitter daarbij inbegrepen.
In 2020 kwamen 108 beroepschriften binnen (2019: 100 bereopsschriften). Hiervan waren 32 die betrekking hadden op hetzelfde onderwerp. De betreffende examencommissie besprak deze beroepschriften met de studenten. Op basis van dit overleg besloten de studenten hun beroep in te trekken. Van de overige 76 beroepschriften trokken de betreffende studenten 31 in. Er werden 32 beroepszaken geschikt. Het College van Beroep behandelde twaalf beroepschriften ter zitting. Hiervan werden twee gegrond en zeven ongegrond verklaard. Twee beroepen werden tijdens de zitting ingetrokken. Eén beroep werd niet-ontvankelijk verklaard vanwege het ontbreken van een procesbelang. Er is nog één lopende beroepszaak; deze wordt in 2021 afgehandeld.
Klachten- en geschillenadviescommissie
De Klachten- en geschillenregeling studenten voorziet in een Klachten- en geschillenadviescommissie die bestaat uit drie leden, te weten een extern lid als voorzitter (en een plaatsvervanger) en twee medewerkersleden (en twee plaatsvervangers). Deze commissie adviseert het college van bestuur met betrekking tot klachten en bezwaarschriften. Het college van bestuur neemt de uiteindelijke beslissing. Tegen beslissingen van het college van bestuur op bezwaar staat beroep open bij het College van Beroep voor het Hoger Onderwijs. Tegen beslissingen van het college van bestuur op klachten staat geen beroep open.
In 2020 kwamen bij de Klachten- en geschillenadviescommissie 94 zaken (2019: 120 zaken) binnen. Het betrof 84 klachten en vijf bezwaren. Bij twee zaken bleek het om een beroep te gaan en bij drie zaken om een verzoek aan de examencommissie. Er werden in totaal 63 klachten en één bezwaar afgewikkeld door middel van een succesvolle bemiddeling. Er werden 14 klachten en één bezwaar ingetrokken. De commissie bracht zes keer advies uit aan het college van bestuur. Er zijn nog vier lopende zaken; deze worden in 2021 afgehandeld.