Spring naar inhoud

Geconsolideerde jaarrekening 2020

Algemeen

1.1 Jaarrekening en algemeen jaarverslag

De geconsolideerde jaarrekening is opgesteld in overeenstemming met de bepalingen van de Regeling jaar­ verslaggeving onderwijs, Titel 9 Boek 2 BW, en Hoofdstuk 660 van de Richtlijnen voor de Jaarverslaggeving en de stellige uitspraken van de overige hoofdstukken van de Richtlijnen voor de Jaarverslaggeving, uitgegeven door de Raad voor de Jaarverslaggeving en met de bepalingen van de Wet normering bezoldiging topfunctionarissen publieke en semipublieke sector (‘WNT‘).

1.2 Vestigingsadres en inschrijving handelsregister

De Stichting NHL Stenden Hogeschool heeft haar statutaire zetel in de gemeente Leeuwarden en is feitelijk gevestigd aan de Rengerslaan 10, 8900 CB Leeuwarden. De Stichting NHL Stenden Hogeschool is ingeschreven bij het handelsregister van de Kamer van Koophandel onder nummer 41002686.

1.3 Schattingen en vergelijking met voorgaand jaar

Bij toepassing van de grondslagen en regels voor het opstellen van de jaarrekening vormt het bestuur van de Stichting NHL Stenden Hogeschool zich verschillende oordelen en schattingen die essentieel kunnen zijn voor de in de jaarrekening opgenomen bedragen. Indien het voor het geven van het in artikel 2:362 lid 1 BW vereiste inzicht noodzakelijk is, is de aard van deze oordelen en schattingen inclusief de bijbehorende veronderstellingen opgenomen bij de toelichting op de desbetreffende jaarrekeningposten.
De gehanteerde grondslagen van waardering en van resultaatbepaling zijn ongewijzigd ten opzichte van het voorgaande jaar.

Geconsolideerde balans per 31 december 2020

(na voorgestelde resultaatsbestemming) (x € 1.000)

  Activa   31 december 2020     31 december 2019
           
  Vaste activa          
1.1.2. Materiële vaste activa          
1.1.2.1. Bedrijfsgebouwen en terreinen 123.729     124.970   
1.1.2.2. Inventaris en apparatuur 44.928     29.827   
1.1.2.3. In uitvoering en vooruitbetalingen 2.465     4.317   
1.1.2.4. Egalisatierekening -5.604     -5.808  
      165.518      153.306 
1.1.3. Financiële vaste activa          
1.1.3.2. Andere deelnemingen 131     137   
1.1.3.3. Overige langlopende vorderingen 27     31   
       158       168 
             
  Totaal vaste activa   165.676      153.474 
             
1.2.1. Voorraden   169      201 
             
1.2.2. Vorderingen          
1.2.2.1. Debiteuren 2.911      4.415   
1.2.2.4. Kortlopende vorderingen op groepsmaatschappijen  -      121   
1.2.2.11. Belastingen en premies sociale verzekeringen 103       -   
1.2.2.15. Overige kortlopende vorderingen en overlopende activa 10.198      6.662   
      13.212      11.198 
1.2.4 Liquide middelen   1.140      19.746 
  Totaal vlottende activa   14.521      31.145 
  Totaal activa   180.197      184.619 
Passiva   31 december 2020     31 december 2019
             
2.1. Eigen vermogen   58.225      59.261 
             
2.2. Voorzieningen          
2.2.1. Personele voorzieningen 13.794      12.145   
2.2.4. Belastingvoorziening 14      71   
      13.808      12.216 
2.3. Langlopende schulden          
2.3.1. Schulden aan kredietinstellingen   43.279      46.577 
             
2.4. Kortlopende schulden          
2.4.3. Kredietinstellingen 3.515      3.965   
2.4.8. Crediteuren 8.841      13.408   
2.4.9. Belastingen en sociale voorzieningen 8.034      7.133   
2.4.10. Schulden terzake van pensioenen 2.213      2.027   
2.4.12. Overige schulden en overlopende passiva 42.282      40.032   
      64.885      66.565 
  Totaal passiva   180.197      184.619 

Geconsolideerde staat van baten en lasten over 2020

(na voorgestelde resultaatbestemming)(x €1.000)

    2020   Begroting 2020   2019
3. Baten          
3.1 Rijksbijdragen  156.361     151.167     152.995 
3.2 Overheidsbijdragen / subsidies overige overheden  5.851     6.032     3.726 
3.3 (Wettelijke) college-, cursus-, les- en examengelden  48.334     44.663     48.671 
3.4 Baten werk in opdracht van derden  6.288     8.914     10.051 
3.5 Overige baten  4.121     5.370     5.482 
  Totaal baten  220.955     216.146     220.925 
             
4. Lasten          
4.1 Personeelslasten  168.747     160.261     162.209 
4.2 Afschrijvingen  11.687     11.751     11.341 
4.3 Huisvestingslasten  10.563     9.844     12.057 
4.4 Overige lasten  29.712     33.470     34.507 
  Totaal lasten  220.709     215.326     220.114 
             
  Saldo baten en lasten  246     820     811 
5. Financiële baten en lasten  -1.145     -1.192     -1.226 
             
  Resultaat uit gewone bedrijfsuitoefening voor belastingen  -899     -372     -415 
6. Belastingen  27     -     -40 
7. Resultaat uit deelnemingen  -6     -     - 
             
  Resultaat na belastingen  -878     -372     -455 
             

Geconsolideerd kasstroomoverzicht 2020

(x € 1.000)

    2020      2019 
Kasstroom uit operationele activiteiten          
Saldo baten en lasten   246     811
           
Aanpassingen voor aansluiting bedrijfsresultaat          
- Afschrijvingen 11.687     11.341  
- Mutaties voorzieningen 1.592     1.400  
    13.279     12.741
           
Verandering in werkkapitaal          
- Voorraden 32     5  
- Vorderingen (exclusief vorderingen op groepsmaatschappijen) -2.135     -1.800  
- Kortlopende schulden (exclusief schulden aan kredietinstellingen) -1.230     221  
- Kortlopende schulden investeringsactiviteiten -88     -3.307  
    -3.421     -4.881
Kasstroom uit bedrijfsoperaties          
- Financiële baten en lasten -1.145     -1.226  
- Vennootschapsbelasting 27     -40  
- Resultaten uit deelnemingen -6      -   
    -1.124     -1.266
Kasstroom uit operationele activiteiten   8.980     7.405
           
Kasstroom uit investeringsactiviteiten          
- Investeringen in materiële vaste activa -23.860     -19.450  
- Desinvesteringen in materiële vaste activa 35      -   
- Desinvesteringen in financiële vaste activa 6      -   
           
Kasstroom uit investeringsactiviteiten   -23.819     -19.450
           
Kasstroom uit financieringsactiviteiten          
- Aflossing langlopende schulden -3.966     -14.964  
- Opname krediet 218      -   
- Mutatie overige langlopende vorderingen 4     -10  
- Mutatie vordering op groepsmaatschappijen 121     273  
           
Kasstroom uit financieringsactiviteiten   -3.623     -14.701
Koers- en omrekeningsverschillen op vermogen deelneming   -144     15
           
Mutatie liquide middelen   -18.606     -26.731
Het verloop van de geldmiddelen is als volgt:          
Stand per 1 januari   19.746     46.477
Mutatie   -18.606     -26.731
Stand per 31 december   1.140     19.746

Grondslagen voor waardering en resultaatbepaling

Algemeen

Activiteiten

De activiteiten van Stichting NHL Stenden Hogeschool, statutair gevestigd te Leeuwarden, bestaan voornamelijk uit het doen verzorgen en doen ontwikkelen van hoger beroepsonderwijs en het daarmee verband houdende of het daartoe bevorderlijke onderzoek.

Groepsverhoudingen

In de geconsolideerde jaarrekening zijn verwerkt de financiële gegevens van het groepshoofd Stichting NHL Stenden Hogeschool, statutair gevestigd in de gemeente Leeuwarden en van haar groepsmaatschappijen waarin zij een overheersende zeggenschap heeft, te weten:

  • Stichting Steunfonds Stenden Hogeschool, te Leeuwarden;
  • Stenden University Hotel B.V., te Leeuwarden;
  • Wyswert Beheer B.V., te Leeuwarden;
    • Stenden Professionals B.V., te Leeuwarden;
    • Stenden University Qatar B.V., te Leeuwarden;
    • Stenden University Asia B.V., te Leeuwarden;
    • Stenden University South Africa B.V., te Leeuwarden;
      • Educational Institute for Service Studies PTY Ltd, te Port Alfred (Zuid Afrika);
  • Beheersorganisatie Kenniscampus Leeuwarden B.V. te Leeuwarden;
  • Kenniscampus Beheer B.V. te Leeuwarden;
  • Kenniscampus C.V. te Leeuwarden.

Tevens was Wyswert Beheer B.V. voor 50% aandeelhouder in Stenden University Qatar joint venture. Deze samenwerking is per 31 augustus 2020 beëindigd.
Voorts heeft Wyswert Beheer BV een 48% belang in Kenniscampus C.V. en via de Kenniscampus Beheer B.V. een indirect belang van 2%. De deelnemingen zijn statutair gevestigd te Leeuwarden.

Stichting Praktijk en Wetenschap is op 11 september 2014 opgericht en behoort tot de groepsmaatschappijen van Stichting NHL Stenden Hogeschool. De stichting is niet meegeconsolideerd in 2020 omdat er tot op heden geen activiteiten zijn ontplooid binnen deze stichting en derhalve geen financiële mutaties hebben plaatsgevonden.

De Stichting NHL Stenden Hogeschool bezit 100% van de aandelen in NHL Services B.V. en had daarin de volledige zeggenschap. In 2020 is NHL Services B.V. ontbonden.
De Stichting NHL Stenden Hogeschool bezit 50% van de aandelen in de Kenniscampus Beheer B.V. en heeft een direct belang in de Kenniscampus C.V. van 48% en via de Kenniscampus Beheer B.V. een indirect belang van 2%.
 

De Stichting NHL Stenden Hogeschool bezit daarnaast nog 50% van de aandelen in NHL Bedrijfsopleidingen ICT B.V., maar heeft daarin geen beslissende zeggenschap. De activiteiten van deze B.V. zijn al geruime tijd geleden beëindigd en de deelneming is afgewaardeerd tot nihil. Deze B.V. wordt daardoor niet opgenomen in de consolidatie.

Presentatie van cijfers

De bedragen in de jaarrekening, tabellen en toelichtingen zijn allen in duizenden Euro’s. Als gevolg van afrondingen zijn in een beperkt aantal gevallen geringe verschillen ontstaan in tellingen. Deze kleine afrondings­verschillen tasten de getrouwheid niet aan en zijn geen belemmering voor het verkrijgen van het vereiste inzicht. In de balans, de staat van baten en lasten en kasstroomoverzicht zijn referenties opgenomen die verwijzen naar de genummerde toelichting.

Consolidatie

In de consolidatie van de Stichting NHL Stenden Hogeschool worden de financiële gegevens van de instelling opgenomen, samen met haar groepsmaatschappijen en andere instellingen waarop zij een overheersende zeggenschap kan uitoefenen of waarover zij de centrale leiding heeft. De geconsolideerde jaarrekening is opgesteld met toepassing van de grondslagen voor de waardering en de resultaatbepaling van de Stichting NHL Stenden Hogeschool.

Groepsmaatschappijen zijn rechtspersonen waarop de instelling overheersende zeggenschap, direct of indirect, kan uitoefenen doordat zij beschikt over de meerderheid van de stemrechten of op enig andere wijze de financiële en operationele activiteiten kan beheersen. Hierbij wordt tevens rekening gehouden met potentiële stemrechten die direct kunnen worden uitgeoefend op balansdatum.

De groepsmaatschappijen en andere rechtspersonen waarop de Stichting NHL Stenden Hogeschool een over­ heersende zeggenschap kan uitoefenen of waarover zij de centrale leiding heeft, worden in de consolidatie betrokken. De onderlinge verhoudingen en transacties worden hierbij geëlimineerd. Het eventuele aandeel van derden in het groepsvermogen en in het groepsresultaat wordt afzonderlijk vermeld. Deelnemingen worden niet betrokken in de consolidatie, wanneer daarop geen overheersende zeggenschap kan worden uitgeoefend (geassocieerde deelnemingen).

Een belang in een joint venture wordt proportioneel geconsolideerd. Van een joint venture is sprake, indien als gevolg van een overeenkomst tot samenwerking, de zeggenschap door de deelnemers gezamenlijk wordt uitgeoefend.

Intercompanytransacties, intercompanywinsten en onderlinge vorderingen en schulden tussen groepsmaat­ schappijen en andere in de consolidatie opgenomen rechtspersonen worden geëlimineerd, voor zover de resultaten niet door transacties met derden buiten de groep zijn gerealiseerd. Ongerealiseerde verliezen op intercompanytransacties worden ook geëlimineerd, tenzij er sprake is van een bijzondere waardevermindering. Waarderingsgrondslagen van groepsmaatschappijen en andere in de consolidatie opgenomen rechtspersonen zijn, waar nodig, gewijzigd om aansluiting te krijgen bij de geldende waarderingsgrondslagen voor de groep.

Verbonden partijen

Als verbonden partijen worden aangemerkt alle rechtspersonen waarop overheersende zeggenschap, gezamen­ lijke zeggenschap of invloed van betekenis kan worden uitgeoefend. Ook rechtspersonen, die overwegende zeggenschap kunnen uitoefenen, worden aangemerkt als verbonden partij. Ook de statutaire directieleden, andere sleutelfunctionarissen in het management van de instelling en nauwe verwanten zijn verbonden partijen. Transacties van betekenis met verbonden partijen worden toegelicht voor zover deze niet onder normale marktvoorwaarden zijn aangegaan. Hiervan wordt toegelicht de aard en de omvang van de transactie en andere informatie die nodig is voor het verschaffen van het inzicht. Voor een overzicht van de verbonden partijen wordt verwezen naar de toelichting op de geconsolideerde balans.

Pensioenen

De instelling heeft een pensioenregeling bij Stichting Bedrijfspensioenfonds ABP. Op deze pensioenregeling zijn de bepalingen van de Nederlandse Pensioenwet van toepassing en worden op verplichte of contractuele basispremies betaald door de instelling. ABP hanteert het middelloon als pensioengevende salarisgrondslag. ABP probeert ieder jaar de pensioenen te verhogen met de gemiddelde stijging van de lonen in de sectoren overheid en onderwijs. Wanneer de dekkingsgraad lager is dan 105% vindt er geen indexatie plaats. De premies worden verantwoord als personeelskosten zodra deze verschuldigd zijn. Vooruitbetaalde premies worden opgenomen als overlopende activa indien dit tot een terugstorting leidt of tot een vermindering van toekom­stige betalingen. Nog niet betaalde premies worden als verplichting op de balans opgenomen.

Voor toegezegde bijdrageregelingen betaalt de instelling verplichte, contractuele of vrijwillige basispremies aan pensioenfondsen en verzekeringsmaatschappijen. Behalve de betaling van premies heeft de instelling geen verdere verplichtingen uit hoofde van deze pensioenregelingen.

Ultimo 2020 had het ABP een dekkingsgraad van 93,2% (ultimo 2019 97,8%).
De premie ten behoeve van de opbouw van de pensioenaanspraken bedraagt in 2020 24,9% (in 2019 ook 24,9%) van het pensioengevend salaris, nadat deze is verminderd met de franchise van € 14.200.

Het pensioengevend salaris is in 2020 gemaximeerd op € 110.111 (2019 € 107.593). De jaarlijkse premie die voor rekening komt van de werkgever bedraagt 17,43% (2019 ook 17,43%) van het pensioengevend salaris. De hoogte van de premie wordt jaarlijks vastgesteld door het bestuur van het bedrijfstakpensioenfonds op basis van de dek­kingsgraad en de verwachte rendementen.

Het ABP heeft een herstelplan ingediend dat is gebaseerd op de stand ultimo 2015 en waaruit blijkt op welke manier het fonds de financiële situatie binnen een aantal jaren kan herstellen. Het uiteindelijke doel van dit plan is dat de dekkingsgraad eind 2026 circa 128% bedraagt. In het herstelplan zijn o.a. de volgende mogelijke maat­regelen genoemd, die mede afhankelijk van de ontwikkeling van de dekkingsgraad, toegepast kunnen worden:

  • Verlagen van de (huidige en/of toekomstige) pensioenuitkeringen (voor 2018, 2019 en 2020 is deze maatregel niet toegepast);
  • Het niet indexeren van de bestaande pensioenuitkeringen (sinds 2011 heeft er geen indexatie plaatsgevonden en in 2021 is dat ook niet gedaan);
  • Verbeteren van het rendement door aanpassen van de rekenrenten indien dit gerechtvaardigd is;
  • Het verhogen van de te betalen pensioenpremie met een herstelopslag.

Financiële instrumenten

Onder financiële instrumenten worden zowel primaire financiële instrumenten (zoals vorderingen en schulden), als afgeleide financiële instrumenten (derivaten) verstaan.

In de toelichting op de onderscheiden posten van de balans wordt de reële waarde van het betreffende instrument toegelicht als die significant afwijkt van de boekwaarde en benodigd is toe te lichten vanuit het geven van het vereiste inzicht.

Primaire financiële instrumenten

Voor de grondslagen van primaire financiële instrumenten wordt verwezen naar de behandeling per balanspost van de ‘Grondslagen voor de waardering van activa en passiva’.

Alle in de balans opgenomen financiële instrumenten zijn gewaardeerd tegen de geamortiseerde kostprijs.

Omrekening van vreemde valuta’s

Vorderingen, schulden en verplichtingen in vreemde valuta’s worden omgerekend tegen de koers per balans datum. Transacties in vreemde valuta’s gedurende de verslagperiode worden in de jaarrekening verwerkt tegen de koers die geldt op de datum van de transactie. De uit de omrekening per balansdatum voortvloeiende koersverschillen worden opgenomen in de winst en verliesrekening.

De buitenlandse groepsmaatschappijen en niet­geconsolideerde deelnemingen kwalificeren als bedrijfs­ uitoefening in het buitenland met een andere functionele valuta dan die van de vennootschap. Voor de omrekening van de jaarrekening van deze bedrijfsuitoefening in het buitenland wordt de koers op balansdatum gehanteerd voor de balansposten en de wisselkoersen op de transactiedata voor de posten van de winst en verliesrekening. De omrekeningsverschillen die optreden, worden rechtstreeks ten gunste of ten laste van het groepsvermogen gebracht.

Valutarisico

Voor het valutabeleid kiest NHL Stenden Hogeschool voor prudent en eenvoudig beleid, zonder complexe instrumenten, gericht op minimalisatie van (koers)risico’s. Hierbij hanteert NHL Stenden Hogeschool als prijs­ beleid dat tarieven met zoveel mogelijk in € worden overeengekomen. Voorts hanteert NHL Stenden Hogeschool als beleidslijn dat ontstane winsten in het buitenland zoveel mogelijk worden uitgekeerd als dividend.

Renterisico

De hogeschool conformeert zich aan de ‘regeling beleggen, lenen en derivaten OCW 2016’. Deze regeling is met ingang van 1 juli 2016 van kracht geworden en vervangt de regeling beleggen en belenen voor onderwijs en onderzoek 2010. NHL Stenden heeft een strategie van niet speculeren, waarbij wordt uitgegaan van schatkistbankieren en het beleggen en belenen van middelen hoofdzakelijk bij het ministerie van Financiën. Ook voor het valutabeleid kiest de hogeschool voor prudent en eenvoudig beleid (geen complexe instrumenten), gericht op minimalisatie van de (koers)risico’s. De hogeschool had geen beleggingen en maakt geen gebruik van derivaten. We hebben geen niet­-onderwijsgerelateerde beleningen.

Krediet-, liquiditeits- en kasstroomrisico

NHL Stenden Hogeschool beperkt het kredietrisico door gebruik te maken van schatkistbankieren en door uitsluitend zaken te doen met debiteuren met een hoge kredietwaardigheid. Op balansdatum waren er geen significante concentraties van kredietrisico.

Liquiditeitsrisico en kasstroomrisico

Door tussentijdse monitoring en eventuele bijsturing worden liquiditeitsrisico’s beheerst.

Gebeurtenissen na balansdatum

Nationaal Programma Onderwijs

Vanuit het Nationaal Programma Onderwijs zijn er in de periode 2021-2026 voor het hbo middelen beschikbaar om leerlingen en studenten te helpen hun gaven en talenten tot bloei te brengen, ondanks de coronacrisis en de gevolgen daarvan voor het onderwijs. Dit zal gevolgen hebben voor de meerjarenbegroting, maar aangezien de omvang voor de hogeschool nog niet bekend is en de middelen en kosten tegen elkaar opwegen is dit niet specifiek meegenomen in de meerjarenbegroting.

Op basis van de beschikbare informatie, de liquiditeitspositie en het eigen vermogen heeft NHL Stenden geen gerede twijfel ten aanzien van de continuïteit van de organisatie en wordt er geen continuïteitsrisico onderkend. De jaarrekening is zodoende opgesteld op basis van de continuïteitsveronderstelling.

Grondslagen voor de waardering van activa en passiva

Algemeen

Indien niet anders vermeld, zijn activa en passiva opgenomen tegen de geamortiseerde kostprijs.

Materiële vaste activa

De terreinen, gebouwen en schepen worden gewaardeerd tegen verkrijgingsprijs plus bijkomende kosten of vervaardigingsprijs verminderd met de jaarlijkse lineaire afschrijvingen op basis van de geschatte levensduur. Op terreinen wordt niet afgeschreven.

Inventaris en apparatuur zijn gewaardeerd tegen verkrijgings- of vervaardigingsprijs, inclusief direct toekenbare kosten, verminderd met de jaarlijkse afschrijvingen op basis van de geschatte levensduur.

Door de instelling wordt op iedere balansdatum beoordeeld of er aanwijzingen zijn dat een vast actief aan een bijzondere waardevermindering onderhevig kan zijn. Indien dergelijke indicaties aanwezig zijn, wordt de reali­seerbare waarde van het actief vastgesteld. Indien het niet mogelijk is de realiseerbare waarde voor het individuele actief te bepalen, wordt de realiseerbare waarde bepaald van de kasstroom genererende eenheid waartoe het actief behoort. Van een bijzondere waardevermindering is sprake als de boekwaarde van een actief hoger is dan de realiseerbare waarde; de realiseerbare waarde is de hoogste van de opbrengstwaarde en de bedrijfs­waarde. Een bijzonder waardeverminderingsverlies wordt direct als last verwerkt in de staat van baten en lasten onder gelijktijdige verlaging van de boekwaarde van het betreffende actief.

Kosten voor periodiek groot onderhoud worden geactiveerd onder de materiële vaste activa en daarop wordt vervolgens afgeschreven.

Subsidies in verband met de aanschaf van (materiele) vaste activa zijn gepassiveerd onder de materiele vaste activa. Deze subsidies worden tijdsevenredig over de geschatte economische levensduur van deze activa ten gunste van de staat van baten en lasten gebracht en gepresenteerd in de afschrijvingskosten.

Financiële vaste activa

Deelnemingen waarop invloed van betekenis kan worden uitgeoefend, worden gewaardeerd volgens de vermogensmutatiemethode (nettovermogenswaarde). Er wordt van uitgegaan dat er invloed van betekenis is, wanneer 20% of meer van de stemrechten uitgebracht kan worden.

De nettovermogenswaarde wordt berekend volgens de grondslagen die gelden voor deze jaarrekening. Indien de waardering van een deelneming volgens de nettovermogenswaarde negatief is, wordt deze op nihil gewaardeerd. Indien en voor zover de instelling in deze situatie geheel of gedeeltelijk in staat voor de schulden van de deelneming, dan wel het stellige voornemen heeft de deelneming tot betaling van haar schulden in staat te stellen, wordt hiervoor een voorziening getroffen.

De eerste waardering van gekochte deelnemingen is gebaseerd op de reële waarde van de identificeerbare activa en passiva op het moment van acquisitie. Voor de vervolgwaardering worden de grondslagen toegepast die gelden voor deze jaarrekening, uitgaande van de waarden bij eerste waardering. Als resultaat wordt het bedrag verantwoord waarmee de boekwaarde van de deelneming sinds de voorafgaande jaarrekening is gewijzigd als gevolg van het door de deelneming behaalde resultaat. Voor het geboekte, maar nog niet uitgekeerde resultaat van de deelnemingen wordt een wettelijke reserve aangehouden.

Deelnemingen waarop, geen invloed van betekenis kan worden uitgeoefend, worden gewaardeerd tegen verkrijgingsprijs. Als resultaat wordt in aanmerking genomen het in het verslagjaar gedeclareerde dividend van de deelneming, waarbij niet in contanten uitgekeerde dividenden worden gewaardeerd tegen reële waarde.

De onder financiële vaste activa opgenomen vorderingen op deelnemingen worden initieel gewaardeerd tegen de reële waarde onder aftrek van transactiekosten (indien materieel). Vervolgens worden deze vorderingen gewaardeerd tegen geamortiseerde kostprijs. Bij de waardering wordt rekening gehouden met eventuele waardeverminderingen en bijzondere waardeverminderingen van vaste activa.

Voorraden

De voorraden zijn gewaardeerd tegen verkrijgingsprijs onder toepassing van de FIFO­-methode (“first in, first out”) of tegen lagere opbrengstwaarde. De opbrengstwaarde is de geschatte verkoopprijs onder aftrek van direct toerekenbare verkoopkosten. Bij de bepaling van de opbrengstwaarde wordt rekening gehouden met de incourantheid van de voorraden.

Vorderingen en overlopende activa

Vorderingen worden bij eerste verwerking gewaardeerd tegen de reële waarde van de tegenprestatie. Vorderingen worden na eerste verwerking gewaardeerd tegen de geamortiseerde kostprijs. Als de ontvangst van de vordering is uitgesteld op grond van een verlengde overeengekomen betalingstermijn, wordt de reële waarde bepaald aan de hand van de contante waarde van de verwachte ontvangsten en worden er, op basis van de effectieve rente, rente­inkomsten ten gunste van de staat van baten en lasten gebracht. Voorzieningen wegens oninbaarheid worden in mindering gebracht op de boekwaarde van de vordering.

De vorderingen betreffen onder andere externe debiteuren uit hoofde van contractactiviteiten en studenten inzake collegegelden.

Onderhanden projecten

De onderhanden projecten bestaan voornamelijk uit subsidieprojecten. De projecten worden gewaardeerd met behulp van de “percentage of completion” methode. De op deze projecten gemaakte kosten, bestaande uit personeelslasten en kosten van derden, worden rechtstreeks in het resultaat geboekt. De ontvangen subsidievoorschot­ten worden als "Overlopende posten projecten" op de balans opgenomen onder de overige schulden. Periodiek wordt mede vanuit de projectplanning de feitelijke voortgang van het project vastgesteld, waarna met behulp van het “percentage of completion” een deel van de subsidie als vordering op de balans en tevens als resultaat op het project geboekt.

Liquide middelen

Liquide middelen bestaan uit kastegoeden, banktegoeden en deposito’s. De tegoeden zijn direct opeisbaar, tenzij anders is vermeld. Rekeningcourant schulden bij banken en/of bij het Ministerie van Financiën zijn opgeno­men onder schulden aan kredietinstellingen onder kortlopende schulden. Liquide middelen zijn gewaardeerd tegen nominale waarde.

Voorzieningen

Voorzieningen worden gevormd voor in rechte afdwingbare of feitelijke verplichtingen die op de balansdatum bestaan, waarbij het waarschijnlijk is dat een uitstroom van middelen noodzakelijk is en waarvan de omvang op betrouwbare wijze is te schatten.

De voorzieningen worden gewaardeerd tegen de beste schatting van de bedragen die noodzakelijk zijn om de verplichtingen per balansdatum af te wikkelen. De voorzieningen worden gewaardeerd tegen de contante waarde van deze bedragen, tenzij anders is vermeld.

Langlopende en kortlopende schulden

Langlopende schulden worden bij de eerste waardering gewaardeerd tegen reële waarde. Transactiekosten die direct zijn toe te rekenen aan de verwerving van de schulden worden in de waardering bij eerste verwerking opgenomen. Langlopende schulden worden na eerste verwerking gewaardeerd tegen geamortiseerde kostprijs, zijnde het ontvangen bedrag rekening houdend met agio of disagio en onder aftrek van transactiekosten.
Het verschil tussen de bepaalde boekwaarde en de uiteindelijke aflossingswaarde wordt, samen met de ver­schuldigde rentevergoeding, zodanig bepaald dat de effectieve rente gedurende de looptijd van de schulden in de staat van baten en lasten wordt verwerkt.

Kortlopende schulden worden bij de eerste verwerking gewaardeerd tegen reële waarde. Kortlopende schulden worden na eerste verwerking gewaardeerd tegen geamortiseerde kostprijs, zijnde het ontvangen bedrag rekening houdend met agio of disagio en onder aftrek van transactiekosten. Dit is meestal de nominale waarde.

Salderen

Een actief en een post van het vreemd vermogen worden gesaldeerd in de jaarrekening opgenomen uitsluitend indien en voor zover:

  • een deugdelijk juridisch instrument beschikbaar is om het actief en de post van het vreemd vermogen gesaldeerd en simultaan af te wikkelen; en
  • het stellige voornemen bestaat om het saldo als zodanig of beide posten simultaan af te wikkelen.

Niet langer in de balans opnemen van financiële activa en verplichtingen

Een financieel instrument wordt niet langer in de balans opgenomen indien een transactie ertoe leidt dat alle, of nagenoeg alle, rechten op economische voordelen en alle, of nagenoeg alle, risico’s met betrekking tot de positie aan een derde zijn overgedragen.

Leasing

De beoordeling of een overeenkomst een lease bevat, vindt plaats op grond van de economische realiteit op het tijdstip van het aangaan van het contract. Het contract wordt aangemerkt als een leaseovereenkomst als de nakoming van de overeenkomst afhankelijk is van het gebruik van een specifiek actief of de overeenkomst het recht van het gebruik van een specifiek actief omvat.

Grondslagen voor resultaatbepaling

Algemeen

Het resultaat wordt bepaald als het verschil tussen de opbrengstwaarde van de geleverde prestaties en de kosten over het jaar. De opbrengsten op transacties worden verantwoord in het jaar waarin zij zijn gerealiseerd. De baten en lasten worden toegerekend aan het boekjaar waarop ze betrekking hebben.
Winsten worden slechts genomen voor zover zij op balansdatum zijn verwezenlijkt. Verliezen en risico’s die hun oorsprong vinden voor het einde van het verslagjaar worden in acht genomen, indien zij voor het vaststellen van de jaarrekening bekend zijn geworden.

Rijksbijdrage

De ontvangen (normatieve) rijksbijdrage en de niet geoormerkte OCW-­subsidies (vrij besteedbare doelsubsidies zonder verrekeningsclausule) worden in het jaar waarop de toekenningen betrekking hebben volledig als baten verwerkt.

Geoormerkte OCW-­subsidies met een vrij besteedbaar overschot (doelsubsidies waarbij het overschot geen verrekeningsclausule heeft) worden ten gunste van het resultaat gebracht naar rato van de voortgang van de gesubsidieerde activiteiten. Het deel van de subsidies waarvoor nog geen activiteiten zijn verricht per balans­datum, wordt verantwoord onder de overlopende passiva.

Geoormerkte OCW­-subsidies (doelsubsidies met een verrekeningsclausule) worden ten gunste van het resultaat gebracht in het jaar waarop de gesubsidieerde lasten in het resultaat zijn verantwoord. Niet bestede middelen worden verantwoord als overlopende passiva zolang de bestedingstermijn nog niet is verlopen.

Overige rijksbijdragen

In de exploitatierekening is als bate het bedrag opgenomen dat aan het betreffende verslagjaar is toe te rekenen.

College-, cursus-, les- en examengelden

De collegegelden worden in de staat van baten en lasten verantwoord volgens het baten en lastenstelsel.
De verwerking van de vooruitgefactureerde collegegelden is conform het door Ministerie van OCW in 2017 uitgebrachte standpunt hierover. Dat standpunt houdt in dat vooruitgefactureerde collegegelden, welke nog niet zijn verschuldigd door de studenten, omdat die betrekking hebben op de periode januari­-augustus van het lopende collegejaar, op de balans zijn gesaldeerd met de collegegelddebiteuren. Dit heeft geen effect op het resultaat, het eigen vermogen of de kasstromen.

Overige exploitatiesubsidies

Exploitatiesubsidies worden als bate verantwoord in de staat van baten en lasten in het jaar waarin de gesubsidi­eerde kosten zijn gemaakt of opbrengsten zijn gederfd, of wanneer zich een gesubsidieerd exploitatietekort heeft voorgedaan.

Verlenen van diensten

De verantwoording van opbrengsten uit de levering van diensten geschiedt naar rato van de geleverde presta­ties, gebaseerd op de verrichte diensten tot aan de balansdatum in verhouding van de in totaal te verrichten diensten.

Afschrijvingen

Materiële vaste activa worden vanaf het moment van ingebruikneming afgeschreven over de verwachte toe­komstige gebruiksduur van het actief. Beperkte boekwinsten en verliezen bij verkoop van materiële vaste activa zijn begrepen onder de afschrijvingen. Aanzienlijke boekwinsten of boekverliezen worden verantwoord en toegelicht onder de Overige baten dan wel Overige lasten.

Personeelsbeloningen

Lonen, salarissen en sociale lasten worden op grond van de arbeidsvoorwaarden verwerkt in de staat van baten en lasten voor zover ze verschuldigd zijn aan werknemers respectievelijk de belastingautoriteit.

Financiële baten en lasten

Rentebaten en rentelasten worden tijdsevenredig verwerkt, rekening houdend met de effectieve rentevoet van de betreffende activa en passiva. Bij de verwerking van de rentelasten wordt rekening gehouden met de ver­antwoorde transactiekosten op de ontvangen leningen.

Vennootschapsbelasting

De ‘Wet modernisering vennootschapsbelastingplicht overheidsondernemingen’ is in werking getreden per 1 januari 2016. Deze wet leidt er toe dat onderwijsinstellingen in beginsel vennootschapsbelastingplichtig zijn.
In de wet is een specifieke vrijstelling opgenomen voor onderwijsinstellingen die bekostigd onderwijs verrichten en voldoen aan de in de wet opgenomen voorwaarden. De Stichting NHL Stenden Hogeschool heeft vastgesteld dat zij voor de Stichting NHL Stenden Hogeschool voldoet aan de voorwaarden om een beroep te kunnen doen op de onderwijsvrijstelling en is derhalve vrijgesteld van vennootschapsbelasting.

De vrijstelling geldt echter niet voor de besloten vennootschappen die als groepsmaatschappij in de jaarrekening zijn opgenomen. De vennootschapsbelasting is berekend tegen het geldende tarief over het resultaat van het boekjaar, waarbij rekening is gehouden met permanente verschillen tussen de winstberekening volgens de jaarrekening en de fiscale winstberekening en waarbij actieve belastinglatenties (indien van toepassing) slechts zijn gewaardeerd voor zover de realisatie daarvan waarschijnlijk is.

Grondslagen voor de opstelling van het geconsolideerd kasstroomoverzicht

Het kasstroomoverzicht wordt opgesteld volgens de indirecte methode. De geldmiddelen in het kasstroom­ overzicht bestaan uit de liquide middelen.

Kasstromen in vreemde valuta’s worden omgerekend tegen een geschatte gemiddelde koers. Koersverschillen inzake geldmiddelen worden afzonderlijk in het kasstroomoverzicht getoond.

Winstbelastingen, ontvangen interest en ontvangen dividenden worden opgenomen onder de kasstroom uit operationele activiteiten. Betaalde interest en betaalde dividenden worden opgenomen onder de kasstroom uit operationele activiteiten.

De verkrijgingsprijs van verworven groepsmaatschappij wordt opgenomen onder de kasstroom uit investerings­activiteiten, voor zover betaling in geldmiddelen heeft plaatsgevonden. Hierbij worden geldmiddelen aanwezig in deze groepsmaatschappijen afgetrokken van de aankoopprijs.

Transacties waarbij geen ruil van geldmiddelen plaatsvindt, waaronder financial leasing, worden niet in het kasstroomoverzicht opgenomen. De betalingen van de leasetermijnen uit hoofde van het financial leasecontract worden gepresenteerd als aflossingen van schulden voor het aflossingsbestanddeel en als betaalde interest voor het interestbestanddeel.

Toelichting op de geconsolideerde balans per 31 december 2020

1. Activa

Vaste activa

1.1.2. Materiële vaste activa 1.1.2.1. Bedrijfs- gebouwen en -terreinen 1.1.2.2. Inventaris en apparatuur 1.1.2.3. Gebouwen in aanbouw 1.1.2.4. Egalisatie rekening Totaal
 
Stand per 1 januari 2020          
Aanschafwaarde 193.648 75.314 4.317 -8.718 264.561
Afschrijvingen -68.678 -45.487  -  2.910 -111.255
           
Boekwaarden 124.970 29.827 4.317 -5.808 153.306
           
Mutaties          
Investeringen 9.147 12.434 2.415 -48 23.948
Desinvesteringen -178 -17.587  -   -  -17.765
Omrekeningsverschillen investeringen -80 -117  -   -  -197
Herclassicificatie aanschafwaarde -5.551 9.818 -4.267  -   - 
Afschrijvingen -4.728 -7.211  -  252 -11.687
Omrekeningsverschillen afschrijvingen 16 167  -   -  183
Afschrijvingen desinvesteringen  133  17.597  -   -  17.730
Saldo -1.241 15.101 -1.852 204 12.212
           
Stand per 31 december 2020          
Aanschafwaarde 196.986 79.862 2.465 -8.766 270.547
Afschrijvingen -73.257 -34.934  -  3.162 -105.029
           
Boekwaarden 123.729 44.928 2.465 -5.604 165.518

De subadministratie van de vaste activa is geschoond van activa die volledig waren afgeschreven en buiten gebruik waren gesteld. Deze activa hebben geen opbrengst.

In het verslagjaar is regulier geïnvesteerd in het vervangen en verbeteren van de huisvesting, de ICT­-omgeving en in het leer-­ en ervaringsbedrijf Stenden University Hotel BV. Daarnaast is er geïnvesteerd in het z.g. “Locatieplan Leeuwarden”. Op Terschelling is in 2017 gestart met het renoveren van de gebouwen van Maritiem Instituut Willem Barentsz. In 2020 is deze renovatie opgeleverd.

Afschrijvingspercentages %
1.1.2.1. Bedrijfsgebouwen en ­terreinen 0 - 7
1.1.1.3. Inventaris en apparatuur 10 - 25
1.1.1.4. In uitvoering en vooruitbetalingen 0
1.1.1.5. Egalisatierekening 0 - 3

Omrekenverschillen

De omrekeningsverschillen hebben betrekking op de materiële vaste activa van de deelnemingen die dochter­maatschappij Wyswert Beheer B.V. heeft in Stenden South Africa B.V. en Stenden University Qatar Joint Venture. De activa ultimo boekjaar zijn opgenomen tegen de koers per balansdatum. De omrekenverschillen zijn het gevolg van de omrekening van de beginbalans tegen de koers per ultimo boekjaar.

1.1.3. Financiële vaste activa 31-12-2019 Mutatie 2020 31-12-2020
1.1.3.2. Andere deelnemingen      
  Coöperatie Maritieme Academie Holland U.A. 137 -6 131
         
1.1.3.3. Overige langlopende vorderingen      
  Lening IO Vivat 2015 16 -4 12
  Lening IO Vivat 2019 15  -  15
    31 -4 27
         
  Totaal financiële vaste activa 168 -10 158

1.1.3.2. Coöperatie Maritieme Academie Holland U.A.

De Stichting NHL Stenden Hogeschool is in 2013 een samenwerking aangegaan met vijf andere onderwijs­ instellingen onder de naam Coöperatie Maritieme Academie Holland U.A. Het doel van de samenwerking is het leveren van een bijdrage aan de maritieme sector door het aanbieden van kwalitatief goed onderwijs in de maritieme sector in de brede zin. Het aandeel in de Coöperatie van de Stichting NHL Stenden Hogeschool is 32,7%.

1.1.3.3. Overige langlopende vorderingen

Lening IO Vitat 2015
Stichting NHL Stenden Hogeschool heeft in 2015 een lening verstrekt aan de studentenvereniging IO Vivat Nostrorum Sanitas. De hoofdsom van de lening bedraagt € 27.000. De aflossing bedraagt € 1.350 per halfjaar. De looptijd van de lening bedraagt 10 jaar. Het rentepercentage bedraagt 1% per jaar. Er zijn geen zekerheden gesteld.

Lening IO Vitat 2019
Stichting NHL Stenden Hogeschool heeft in 2019 een lening verstrekt aan de studentenvereniging IO Vivat Nostrorum Sanitas. De hoofdsom van de lening bedraagt € 15.000. De aflossing bedraagt € 750 per halfjaar. De looptijd van de lening bedraagt 10 jaar. Het rentepercentage bedraagt 1% per jaar. Er zijn geen zeker heden gesteld.

Vlottende activa

1.2.1. Voorraden 31-12-2020 31-12-2019
   
1.2.1.1. Grond­- en hulpstoffen 69 89
1.2.1.2. Gebruiksgoederen 100 112
    169 201
1.2.2. Vorderingen 31-12-2020 31-12-2019
   
1.2.2.1. Debiteuren    
1.2.2.1.1. Studentdebiteuren 568 470
1.2.2.1.2. Overige debiteuren 3.295 5.096
    3.863 5.566
  Voorziening dubieuze debiteuren -952 -1.151
    2.911 4.415
       
1.2.2.4. Kortlopende vorderingen op groepsmaatschappijen    
  Stenden University Qatar Joint Venture (50%)  -  121
       
1.2.2.11. Belastingen en premies sociale verzekeringen    
  Omzetbelasting 30  - 
  Vennootschapsbelasting 73  - 
    103  - 
       
1.2.2.15. Overige kortlopende vorderingen en overlopende activa    
  Personeelsvoorschotten 112 111
  Overlopende posten projecten 4.637 2.697
  Vooruitbetaalde kosten 2.613 1.915
  Overige vorderingen 2.836 1.939
    10.198 6.662
  Totaal vorderingen 13.212 11.198

De vordering op ‘studentdebiteuren’ bestaat voor het overgrote deel uit collegegeldvorderingen voor het academische jaar 2020/2021. Onder overige debiteuren zijn begrepen vorderingen op derden uit hoofde en wegens detacheringen van personeel en van leveringen en diensten van Stenden University Hotel BV en Stenden Professionals BV. Voor het risico op oninbaarheid van de vordering is een voorziening gevormd.

Onder ‘overlopende posten projecten’ zijn begrepen uitgaven aan personeel, diensten en materialen van o.a. Stenden Professionals BV en Stenden University Hotel BV die op balansdatum nog niet zijn afgerond.

Onder ‘vooruitbetaalde kosten’ zijn de uitgaven voor licenties wegens onderhoudscontracten begrepen, waarvan de prestatie in 2021 wordt geleverd. 

Onder ‘overige vorderingen’ zijn vorderingen opgenomen op collega hogescholen waarmee gezamenlijke activiteiten worden uitgevoerd. Hierbij zijn geen vorderingen opgenomen met een verwachte looptijd langer dan één jaar.

1.2.4. Liquide middelen 31-12-2020 31-12-2019
   
1.2.4.1. Kas 8 11
1.2.4.2. Banken 1.132 19.735
    1.140 19.746

Bij het ministerie van Financiën heeft de Stichting NHL Stenden Hogeschool de mogelijkheid krediet in rekening courant op te nemen ten bedrage van € 11,7 miljoen. Daarnaast heeft de Stichting NHL Stenden Hogeschool bij ING Bank N.V. de mogelijkheid krediet in rekening courant op te nemen van € 10 miljoen (zie 2.3.). Hiervan is per einde 2020 € 217.582 gebruikt (zie 2.4.3.). Verder heeft de Stichting NHL Stenden Hogeschool de beschikking over een intraday kredietfaciliteit ter hoogte van € 19,6 miljoen.

Onder de liquide middelen was ultimo 2019 een bedrag van € 2.560.891 opgenomen dat niet ter vrije beschikking stond. Ultimo 2020 staan de liquide middelen ter vrije beschikking.

2. Passiva

2.1 Eigen vermogen Saldo per 31-12-2019 Bestemming resultaat 2019 Saldo per 31-12-2019 na bestemming resultaat Mutaties 2020 Bestemming resultaat 2020 Saldo per 31-12-2020
   
2.1.1. Algemene reserve publieke gelden 51.467 327 51.794  -  1.102 52.896
2.1.2. Algemene reserve private gelden 8.533 -782 7.751 464 -1.980 6.235
2.1.3. Reserve omrekeningsverschillen -284  -  -284 -622  -  -906
    59.716 -455 59.261 -158 -878 58.225

Toelichting eigen vermogen
Het eigen vermogen bestaat uit de in voorgaande jaren opgebouwde exploitatieresultaten van de diverse organisatieonderdelen. Hierin is tevens een scheiding opgenomen naar publieke en private middelen.

De algemene reserve private gelden bestaat deels uit een wettelijke reserve. Deze wettelijke reserve bestaat uit een reserve omrekeningsverschillen. De reserve omrekeningsverschillen wordt veroorzaakt door de omrekening van vermogen en resultaat van de deelneming Stenden South Africa B.V. en Stenden University Qatar B.V.

Financiële toelichting wettelijke reserve
De wettelijke reserve wordt gevormd voor het geboekte resultaat van de deelnemingen. Het resultaat van de deelnemingen wordt bepaald met behulp van de vermogensmutatiemethode.

Deze totale wettelijke reserve bedraagt ultimo 2020 € 905.389 (2019 : €283.635). De mutatie van € 621.754 heeft betrekking op de mutatie omrekeningsverschillen.

Toelichting geconsolideerd vermogen / enkelvoudig vermogen
Ultimo 2020 wijkt het enkelvoudig vermogen van Stichting NHL Stenden Hogeschool af van het geconsolideerde vermogen van de Stichting. Het verschil van (afgerond) € 889.000 wordt veroorzaakt door het opnemen van het vermogen van de groepsmaatschappij Stichting Steunfonds Stenden Hogeschool in de geconsolideerde cijfers van Stichting NHL Stenden Hogeschool.

Verloop inzake verschil eigen vermogen Stand per 31–12–2020 Stand per 31–12–2019
 
Enkelvoudig vermogen Stichting NHL Stenden Hogeschool 57.336 57.768
Eigen vermogen Stichting Steunfonds Stenden Hogeschool 889 883
Eigen vermogen Stichting Management Trainingscentrum  -  610
Groepsvermogen Stichting NHL Stenden Hogeschool 58.225 59.261
Geconsolideerd overzicht van het totaalresultaat (x € 1.000) 2020 2019
 
Resultaat na belastingen -878 -455
Rechtstreekse mutatie in het eigen vermogen    
Omrekenverschillen bedrijfsuitoefening in het buitenland -158 44
Totaalresultaat -1.036 -411
     
2.2. Voorzieningen Saldo per 31-12-2019 Dotaties Onttrekkingen Vrijval Saldo per 31-12-2020
   
2.2.1. Personeelskostenvoorzieningen          
             
2.2.1.1. Voorziening voor jubileumuitkeringen 1.731  240  98  -  1.873
2.2.1.2.1. Voorziening Werktijdvermindering Senioren 7.265  2.477  1.351  185  8.206
2.2.1.2.2. Voorziening Duurzame Inzetbaarheid personeel 1.223  375   -   -  1.598
2.2.1.3. Voorziening Eigen Risico WAO/WIA 607  782  219  -  1.170
2.2.1.4. Voorziening wachtgelden 1.319  246  618  -  947
  Totaal personeelsvoorzieningen 12.145 4.120 2.286 185 13.794
             
2.2.4. Belastingvoorziening 71  14   37   34  14
  Totaal voorzieningen 12.216 4.134 2.323 219 13.808
2.2.1. Onderverdeling saldo voorzieningen naar looptijd Stand per 31-12-2020 < 1 jaar 1 - 5 jaar > 5 jaar
   
2.2.1.1. Voorziening voor jubileumuitkeringen  1.873   100   414   1.359 
2.2.1.2.1. Voorziening Werktijdvermindering Senioren  8.206   1.500   5.000   1.706 
2.2.1.2.2. Voorziening Duurzame Inzetbaarheid personeel  1.598   500   1.098   - 
2.2.1.3. Voorziening Eigen Risico WAO/WIA  1.170   250   920   - 
2.2.1.4. Voorziening wachtgelden  947   700  247  - 
2.2.4. Belastingvoorziening  14   14   -   - 
  Totaal voorzieningen 13.808  3.064  7.679  3.065 

2.2.1.1. Voorziening voor jubileumuitkeringen

Op grond van hoofdstuk H artikel 5.2 van de CAO voor het HBO hebben werknemers recht op een gratificatie bij het bereiken van een 25-­jarig, een 40-­jarig en een 50-­jarig dienstverband ter grootte van resp. 50%, 100% en 100% van het inkomen per maand. De voorziening heeft betrekking op de per de balansdatum opgebouwde rechten. Er wordt rekening gehouden met een blijfkans van het aanwezige personeel per ultimo van het verslag­jaar. De blijfkans is gebaseerd op een natuurlijk verloop percentage van 5% per jaar. Daarnaast is rekening gehouden met een disconteringsvoet van 0,6% en met een salarisstijging van 1,7%.

2.2.1.2.1. Voorziening werktijdvermindering senioren

In de CAO voor het Hoger Beroepsonderwijs 2018-2020 wordt in artikel M2 Werktijdvermindering Senioren beschreven dat werknemers, die de leeftijd van 10 jaar voor hun pensioendatum hebben bereikt, recht hebben op werktijdverkorting tegen inlevering van een deel van het salaris. Zij moeten voldoen aan de volgende twee criteria: een arbeidsovereenkomst van 0,4 FTE of hoger en daarnaast moeten ze 5 aaneengesloten jaren werkzaam zijn in het HBO. Binnen de regeling zijn 5 categorieën medewerkers waarmee bij de berekening van de voorziening rekening moet worden gehouden. Deze categorieën zijn:

Categorie A: medewerkers die al deelnemen aan een vergelijkbare regeling. Deze medewerkers mogen niet deelnemen aan de werktijdvermindering senioren en daarom bestaat er voor deze medewerkers geen toekom­stige verplichting.

Categorie B: dit zijn de medewerkers die reeds deelnemen aan de regeling.

Categorie C: dit betreft alle medewerkers die voldoen aan de genoemde criteria, maar die nog niet feitelijk hebben aangegeven dat zij gaan deelnemen aan de regeling.

Categorie D: dit betreft alle medewerkers die aan één of geen van beide criteria voldoen om in aanmerking te komen voor gebruik maken van de regeling, maar binnen 5 jaar aan beide criteria zullen voldoen.

Categorie E: dit betreft alle medewerkers die nog niet aan alle criteria voldoen om in aanmerking te komen voor deelname aan de regeling en naar verwachting ook niet binnen 5 jaar aan deze criteria zullen gaan voldoen.

De categorieën B, C en D zijn in de voorziening opgenomen.

Bij de berekening van de voorziening wordt rekening gehouden met het huidige salaris, het kortingspercentage, de eigen bijdrage, de werkgeverslasten en schattingen voor de deelnamekans en de blijfkans. De waardering is tegen contante waarde, waarbij rekening is gehouden met een disconteringsvoet van 0,6%. 

Op grond van het voortschrijdend inzicht in de ontwikkeling van het aantal actieve deelnemers aan de regeling, gecombineerd met het aantal actieve deelnemers aan de nog lopende SOP­-regeling, is de deelnamekans opnieuw ingeschat en bepaald op 27% (2019 27%).

Er is rekening gehouden met een disconteringsvoet van 0,6% met een stijging van de salariskosten van 1,7% per jaar. Verder wordt rekening gehouden met een blijfkans die is gebaseerd op een natuurlijk verloop van 5% per jaar.

2.2.1.2.2. Voorziening duurzame inzetbaarheid personeel

Op grond van hoofdstuk M van de CAO voor het HBO hebben werknemers met een dienstverband van tenminste 0,4 fte in het kader van duurzame inzetbaarheid recht op maximaal 40 uur en vanaf een bepaalde leeftijd nog eens maximaal 50 uur. Deze uren mogen over een periode van 5 jaar worden gespaard. Voor dat aantal gespaarde uren in 2020 is een voorziening opgenomen. De voorziening is berekend met een gemiddeld uurtarief. 
Er wordt rekening gehouden met een disconteringsvoet van 0,6% en met een salarisstijging van 1,7%.

2.2.1.3. Voorziening eigen risico WAO/WIA

De Stichting NHL Stenden Hogeschool is eigen risicodrager voor de WGA. Als gevolg hiervan heeft Stichting NHL Stenden Hogeschool de verplichting op zich genomen om de kosten van de uitkeringen van de betreffende voormalige werknemers te betalen. De maximale duur van deze verplichting is per werknemer 10 jaar.
De voorziening is berekend door voor de resterende looptijd de contante waarde te nemen van de WGA­-uitkeringen die voor eigen rekening komen. De in het boekjaar betaalde uitkeringen zijn aan de voorziening onttrokken.

2.2.1.4. Voorziening wachtgelden

De Stichting NHL Stenden Hogeschool is wettelijk verplicht eigen risicodrager voor de uitkeringen van per­soneelsleden waarvan het dienstverband is beëindigd, niet zijnde om redenen van pensionering, met betrekking tot het wettelijke en het bovenwettelijke deel van de WW-­uitkeringen. De belangrijkste oorzaak voor het ontstaan van deze WW­-verplichtingen is de beëindiging van tijdelijke arbeidscontracten.

De voorziening wordt gebaseerd op de te betalen bedragen voor de wettelijke en bovenwettelijke uitkeringen conform de opgaven van het UWV en het APG tot het einde van de WW-­periode. De waardering is tegen contante waarde met een disconteringsvoet van 0,6% per jaar en een sterftekans van 1,5% per jaar.

2.2.4. Belastingvoorziening

De Stichting NHL Stenden is belastingplichtig voor haar aandeel in de winst van de joint venture ‘Stenden University Qatar’ te Qatar. Aan de voorziening per 31 december 2019 is € 37.000 onttrokken door middel van verrekening met onze Qatarese partner en is € 34.000 voor te betalen boete en rente vennootschapsbelasting oude jaren vrij gevallen.

De voorziening per 31 december 2020 heeft betrekking op de verwachte boete aangifte vennootschapsbelasting 2019. NHL Stenden verwacht dat de voorziening in 2021 wordt afgewikkeld. De waardering van de voorziening is tegen contante waarde.

2.3. Langlopende schulden

Hypothecaire leningen

  Hypothecaire leningen Langlopend 31-12-2019 Kortlopende schuld 31-12-2019 Saldo leningen 31-12-2019 Aflossing 2020 Stand per 31-12-2020 Kortlopende schuld 31-12-2020 Langlopend 31-12-2020
   
2.3.1.1. Lening Ministerie van Financiën .657  -  667 667  667   -   -   - 
2.3.1.2. Lening Ministerie van Financiën .954 4.919  289 5.208  290  4.918  289  4.629 
2.3.1.3. Lening Ministerie van Financiën .476 1.575  175 1.750  175  1.575  175  1.400 
2.3.1.4. Lening Ministerie van Financiën .600 10.000  1.250  11.250  1.250  10.000  1.250  8.750 
2.3.1.5. Lening Ministerie van Financiën .219 6.750  750 7.500  750  6.750  750  6.000 
2.3.1.6. Lening Ministerie van Financiën .008 23.333  834 24.167  834  23.333  833  22.500 
    46.577  3.965  50.542  3.966  46.576  3.297  43.279 
  Hypothecaire leningen naar looptijd Langlopend 31-12-2020 Resterende looptijd 1 - 5 jaar Resterende looptijd > 5 jaar
   
2.3.1.1. Lening Ministerie van Financiën .657  -   -   - 
2.3.1.2. Lening Ministerie van Financiën .954  4.629  1.156 3.473
2.3.1.3. Lening Ministerie van Financiën .476  1.400  700 700
2.3.1.4. Lening Ministerie van Financiën .600  8.750  5.000 3.750
2.3.1.5. Lening Ministerie van Financiën .219  6.000  3.000 3.000
2.3.1.6. Lening Ministerie van Financiën .008  22.500  3.336 19.164
     43.279   13.192   30.087 

2.3.1.1. Lening Ministerie van Financiën .657

In 2005 is bij het Ministerie van Financiën een langlopende hypothecaire lening ad € 10 miljoen afgesloten.
Deze hypothecaire lening had een looptijd van 15 jaar. Het rentepercentage bedroeg 3,34%. De laatste aflossing van € 666.667 is in oktober 2020 voldaan.

2.3.1.2. Lening Ministerie van Financiën .954

In 2007 is bij het Ministerie van Financiën een langlopende hypothecaire lening ad € 9 miljoen afgesloten.
Deze hypothecaire lening heeft een looptijd van 30 jaar. Het rentepercentage bedraagt 0,77%. De aflossing betreft per jaar een bedrag van € 289.286 en wordt voldaan in maart. Het aantal resterende termijnen bedraagt 17.

2.3.1.3. Lening Ministerie van Financiën .476

In 2009 is bij het Ministerie van Financiën een langlopende hypothecaire lening ad € 3,5 miljoen afgesloten. Deze hypothecaire lening heeft een looptijd van 20 jaar. Het rentepercentage bedraagt 3,75%. De aflossing betreft per jaar een bedrag van € 175.000 en wordt voldaan in augustus. Het aantal resterende termijnen bedraagt 9.

2.3.1.4. Lening Ministerie van Financiën .600

In 2007 is bij het Ministerie van Financiën een langlopende hypothecaire lening ad € 25 miljoen afgesloten.
Deze hypothecaire lening heeft een looptijd van 22 jaar. Het rentepercentage bedraagt 3,83%. De aflossing betreft per jaar een bedrag van € 1.250.000. Het aantal resterende termijnen bedraagt 8.

2.3.1.5. Lening Ministerie van Financiën .219

In 2008 is bij het Ministerie van Financiën een langlopende hypothecaire lening ad € 15 miljoen afgesloten. Deze hypothecaire lening heeft een looptijd van 22 jaar. Het rentepercentage bedraagt 4,61%. De aflossing betreft per jaar een bedrag van € 750.000. Het aantal resterende termijnen bedraagt 9.

2.3.1.6. Lening Ministerie van Financiën .008

In 2018 is bij het Ministerie van Financiën een langlopende hypothecaire lening ad € 25 miljoen afgesloten.
Deze hypothecaire lening heeft een looptijd van 30 jaar. Het rentepercentage bedraagt 1,02% De aflossing betreft per jaar een bedrag van € 833.333,33 en wordt voldaan in mei. Het aantal resterende termijnen bedraagt 28.

Lening ING Bank N.V. .279

In 2008 is bij de ING Bank een langlopende hypothecaire lening ad € 10 miljoen afgesloten. Deze hypothecaire lening heeft een onbepaalde looptijd. Het rentepercentage bedraagt 1 maands Euribor tarief + 1, 2% opslag. Om moverende redenen (waaronder besparing op rentekosten) is de lening in 2019 volledig afgelost. De lening kan volledig worden opgenomen, wanneer daar reden toe is. Ingaande het verslagjaar 2019 wordt de lening gepresenteerd als een krediet (zie 1.2.4. Liquide middelen).

Zekerheden leningen onder 2.3.1.1., 2.3.1.2., 2.3.1.3., 2.3.1.4., 2.3.1.5. en 2.3.1.6. Ministerie van Financiën:

a) Eerste hypotheek tot een bedrag van € 56.628.929 op de panden met ondergrond aan de Rengerslaan 8, alsmede op de panden met ondergrond die daaraan grenzen en die bij de Stichting NHL Stenden in eigendom zijn of waarvan zij het recht van erfpacht heeft voor onbepaalde tijd.

b) Eerste hypotheek tot een bedrag van € 40.000.000 op het complex “De Bouhof” gelegen op het perceel Rengerslaan 10 te Leeuwarden, alsmede op het perceel Dokkumertrekweg 39 te Leeuwarden.

c) Pandrecht op roerende zaken die bestemd zijn om hetgeen onder a. en b. is genoemd duurzaam te dienen en door hun vorm als zodanig zijn te herkennen en op machines en werktuigen die bestemd zijn om daarin een bedrijf uit te oefenen.

Tevens het pandrecht op hetgeen aan a. en b. is toegevoegd of veranderd.

Zekerheden lening ING Bank N.V.:

Eerste hypotheek op het pand met ondergrond en erf aan de Dellewal 8 en het pand met ondergrond en erf aan de Burgemeester van Heusdeweg 33. Beide panden zijn kadastraal bekend bij de gemeente Terschelling, sectie A respectievelijk onder de nummers 3507 en 3504. Tweede hypotheek op het pand met ondergrond, erf en verder aan en bijbehoren van het pand aan de Rengerslaan 10 te Leeuwarden. Het pand is kadastraal bekend bij gemeente Leeuwarden, sectie E onder het nummer 8029. Verpanding (2e pandrecht) van roerende zaken in de gebouwen aan de Rengerslaan 10 te Leeuwarden.
In 2019 is de lening ten bedrage van € 10 miljoen volledig afgelost, maar het bedrag staat direct ter beschikking als rekening-courant krediet (zie 1.2.4. Liquide middelen).

2.4. Kortlopende schulden

2.4 Kortlopende schulden 31-12-2020 31-12-2019
   
2.4.3. Kredietinstellingen    
  Aflossingverplichtingen langlopende leningen 3.297 3.965
  Schatkistbankieren Ministerie van Financiën 218  - 
    3.515 3.965
       
2.4.8. Crediteuren 8.841 13.408
       
2.4.9. Belastingen en premies sociale verzekeringen    
  Loonheffing 8.024 7.449
  Omzetbelasting  -  -200
  Overig 10 -116
    8.034 7.133
       
2.4.10. Schulden terzake van pensioenen 2.213 2.027
       
2.4.12. Overige schulden en overlopende passiva    
  Reservering vakantiedagen en -geld 6.364 6.659
  Te betalen lonen en salarissen 1 106
  Vooruitontvangen bedragen 2.330 4.483
  Vooruitontvangen collegegelden 18.865 17.337
  Te betalen rente 747 820
  Overlopende posten projecten 10.257 6.513
  Vooruitontvangen doelsubsidies OCW/EL&I geoormerkt 640 687
  Overige schulden 3.078 3.427
    42.282 40.032
  Totaal kortlopende schulden 64.885 66.565

Onder de ‘crediteuren’ zijn begrepen de aan derden verschuldigde bedragen voor leveringen en diensten die op balansdatum nog niet zijn betaald. Hieronder zijn begrepen de verschuldigde bedragen voor de inhuur van personeel, aanschaf van inventaris, schoonmaak, verbouwingen alsmede (tussentijdse) afdrachten uit hoofde van projecten met andere hogescholen.

Onder ‘vooruitontvangen bedragen’ zijn begrepen de van studenten ontvangen bedragen in het kader van Grand Tour. Met deze gelden worden o.a. accommodaties betaald. Voorts zijn hieronder begrepen de borg­ sommen die zijn ontvangen van toekomstige studenten van buiten de EU. Bij definitieve inschrijving vindt restitutie of verrekening plaats.

Onder de ‘vooruitontvangen collegegelden’ zijn begrepen de ontvangen bedragen voor academisch jaar 2020/2021 die betrekking hebben op kalenderjaar 2021.

Onder ‘overlopende posten projecten’ zijn de bedragen opgenomen die zijn ontvangen voor o.a. Erasmus beurzen, Stenden Professionals en diverse subsidieprojecten (SIA Raak, Leven Lang Leren, CP verkenning en Opleidingsschool Primair Onderwijs) waarbij de tegenprestatie door NHL Stenden nog niet is geleverd.

Een toelichting op de geoormerkte doelsubsidies OCW/EL&I is opgenomen als bijlage (model G) bij de jaarrekening.

Onder de opgenomen overige schulden en overlopende passiva bevinden zich geen posten met een looptijd van meer dan een jaar.

Niet in de balans opgenomen rechten en verplichtingen

Meerjarige financiële verplichtingen

(x € 1.000 exclusief omzetbelasting)

Niet uit de balans blijkende verplichtingen        
Soort verplichting Totaal Voor 2021 Looptijd 1 – 5 jaar Looptijd > 5 jaar
Aannemingsovereenkomsten 941 941  -   - 
Huurovereenkomsten 3.692 1.081 1.737 874
Onderhoudscontracten 1.102 391 711  - 
Samenwerkingsovereenkomsten 341 241 100  - 
Licenties 4.823 3.055 1.763 5
Overige overeenkomsten 18.341 7.068 9.492 1.781
  29.240 12.777 13.803 2.660

NHL Stenden heeft met een aantal leveranciers op basis van Europese en Nationale aanbestedingen (langlopende) contracten (beveiliging, schoonmaak, onderhoud, licenties etc.) afgesloten. Deze verplichtingen zijn niet in de balans opgenomen.

Bankgarantie
Voor de huurovereenkomst tussen Watersteeg B.V. en Stichting NHL Stenden Hogeschool heeft NHL Stenden een bankgarantie van de ING Bank N.V. afgegeven. Het huurbedrag van € 21.767,- heeft betrekking op de huur van ruimtes van het College Campus Meppel (Blankenstein 540).

Fiscale eenheid
Stichting NHL Stenden Hogeschool vormt met haar dochtermaatschappijen, Stenden University Hotel B.V., Stenden South Africa B.V., Stenden University Qatar B.V., Stenden University Asia B.V. en Stenden Professionals B.V. een fiscale eenheid voor de omzetbelasting. Op grond daarvan is de Stichting NHL Stenden Hogeschool aansprakelijk voor de belastingschuld van de fiscale eenheid als geheel.

Campus Terschelling
Woningbouwstichting De Veste heeft in overleg met de Gemeente en de NHL in 2015 besloten om over te gaan tot de realisatie van een campusgebouw ten behoeve van het MIWB op Terschelling. De Veste en de NHL zijn hierbij overeengekomen dat, ingeval het MIWB niet langer gevestigd zal zijn op Terschelling waardoor het onderwijs op Terschelling beëindigd zal worden, de NHL het campusgebouw en de ondergrond op schriftelijk verzoek van de Veste zal overnemen. De eventuele overnameprijs zal gebaseerd worden op de RICS Red Book
methode die een reële benadering geeft van de werkelijke verkoopprijs. Deze verplichting is aangegaan op 15 juli 2017 en blijft gedurende een termijn van 50 jaar in stand. In 2018 is de verhuur op Terschelling door WoonFriesland overgenomen van De Veste.

Fiscale claim
Kenniscampus CV heeft in 2017 ten onrechte BTW in aftrek gebracht door in een 10-jarige huurovereenkomst te opteren voor belaste verhuur. In 2020 is geconstateerd dat van belaste verhuur beperkt sprake is geweest. De omvang van het terug te betalen bedrag aan de belastingdienst kan niet voldoende betrouwbaar worden ingeschat.

Verhuurovereenkomsten
Onder verhuurovereenkomsten zijn diverse contracten ten aanzien van verhuur van ruimtes opgenomen.
 

(x € 1.000)

Niet in de balans opgenomen rechten        
Soort recht Totaal Voor 2021 Looptijd 1 – 5 jaar Looptijd > 5 jaar
Verhuurovereenkomsten 795 251 544  - 
  795 251 544  - 

Toelichting op de geconsolideerde staat van baten en lasten over 2020

3. Baten

3.1. Rijksbijdragen Baten 2020 Begroting 2020 Baten 2019
   
3.1.1. Normatieve rijksbijdrage hbo 155.593 150.737 151.302
3.1.2. Overige rijksbijdragen hbo 768 430 1.693
    156.361 151.167 152.995

De rijksbijdrage is in 2020 €3,4 miljoen hoger dan in 2019. De hogere bijdrage wordt onder andere veroorzaakt door de compensatie halvering collegegelden en door de compensatie van de loonkostenstijging.

Voor een nadere toelichting van de overige rijksbijdragen verwijzen wij u naar het model G, dat als bijlage aan deze jaarrekening is toegevoegd.

3.2. Overheidsbijdragen / subsidies overige overheden Baten 2020 Begroting 2020 Baten 2019
   
  Subsidiebaten 5.851 6.032 3.726

De subsidiebaten zijn ten opzichte van 2019 gestegen met € 2,1 miljoen, met name als gevolg dat er afgelopen jaar meer aandacht is geschonken aan het binnenhalen van projecten. De begrote opbrengst is niet gehaald als gevolg van Covid-19, maar de impact hiervan is beperkt gebleven. 

3.3. (Wettelijke) college-, cursus-, les- en examengelden Baten 2020 Begroting 2020 Baten 2019
   
  Collegegelden 48.334 44.663 48.671

De baten van college­, cursus­, les­ en examengelden is gelijk aan die van 2019. De stijging ten opzichte van de begroting wordt enerzijds veroorzaakt door meer studenten en anderzijds doordat er nog opbrengsten zijn gegenereerd bij de verschillende deelnemingen, deze waren niet meegenomen in de begroting. 

3.4 Baten werk in opdracht van derden Baten 2020 Begroting 2020 Baten 2019
   
3.4.1. Contractonderzoek en -onderwijs 5.772 7.222 8.127
3.4.5.1. Omzet Horeca Operations 516 1.692 1.924
    6.288 8.914 10.051

De baten werk in opdracht van derden zijn € 3,8 miljoen lager dan voorgaand jaar en € 2,6 miljoen lager dan begroot. Vanwege Covid-19 en de verbouwing aan het hotel heeft Stenden University Hotel BV minder opbrengsten kunnen genereren. De aquisitie van de commerciële activiteiten heeft vrijwel stilgelegen en cursussen zijn vertraagd of uitgesteld door de Corona maatregelen.

3.5 Overige baten Baten 2020 Begroting 2020 Baten 2019
   
3.5.1. Verhuuropbrengsten 276 229 260
3.5.2. Detacheringen personeel 1.310 805 1.472
3.5.3. Diverse overige opbrengsten 2.535 4.336 3.750
    4.121 5.370 5.482

De daling in de overige baten ten opzichte van 2019 wordt veroorzaakt doordat er vanwege Covid-19 minder excursies en andere studentactiviteiten hebben kunnen plaats vinden. 

4. Lasten

4.1 Personeelslasten Lasten 2020 Begroting 2020 Lasten 2019
   
4.1.1.1. Brutolonen en salarissen 119.671 144.311 113.677
4.1.1.2. Sociale lasten 14.978   14.154
4.1.1.3. Pensioenlasten 18.767   17.514
4.1.2. Overige personeelslasten 15.331 15.950 16.864
    168.747 160.261 162.209
4.1.2. Overige personeelslasten Lasten 2020 Begroting 2020 Lasten 2019
   
4.1.2.1. Dotatie personele voorzieningen 4.120 1.340 4.329
4.1.2.2. Personeel niet in loondienst 7.676 7.466 11.504
4.1.2.3. Overige personeelskosten 4.339 7.144 2.257
4.1.2.4. Ontvangen ziekegelduitkeringen -619   -112
4.1.2.5 Vrijval personele voorzieningen -185   -1.114
    15.331 15.950 16.864

De personeelslasten zijn in 2020 toegenomen met € 6,5 miljoen tot € 169 miljoen. Deze groei wordt vooral verklaard door een CAO-verhoging van de salarissen in juli 2020 met 2,75%. Daarnaast heeft er in juni nog een eenmalige uitkering plaatsgevonden aan alle medewerkers van € 880 bruto. Verder is het gemiddeld aantal personeelsleden met 113 fte gestegen ten opzichte van 2019.
De daling in de overige personeelslasten wordt veroorzaakt doordat er minder behoefte was om mensen in te huren. 

Personeelsleden
Binnen de groep waren in 2020 gemiddeld 1.852 fte werkzaam (2019: 1.739 fte). Dit is exclusief het personeel van de International Campus. Inclusief de International Campuses waren er gemiddeld 1.956 fte (2019: 1.856 fte).

4.2. Afschrijvingen Lasten 2020 Begroting 2020 Lasten 2019
   
4.2.1 Bedrijfsgebouwen en - terreinen 4.728 8.960 4.817
4.2.2 Inventaris en apparatuur 7.211 2.791 6.771
4.2.3 Vrijval egalisatierekening -252   -247
    11.687 11.751 11.341
4.3. Huisvestingslasten Lasten 2020 Begroting 2020 Lasten 2019
   
4.3.1. Huur 2.144 1.763 2.331
4.3.2. Verzekeringen 148 5 145
4.3.3. Onderhoud onroerend goed 2.068 2.003 2.483
4.3.4. Energie en water 1.546 1.533 1.435
4.3.5. Schoonmaakkosten 2.492 2.562 2.517
4.3.6. Wettelijke lasten 982 933 1.036
4.3.8.1. Bewakingskosten 464 500 569
4.3.8.2. Overige huisvestingslasten 719 545 1.541
    10.563 9.844 12.057

Ten opzichte van de begroting zijn de huisvestingslasten € 0,7 miljoen hoger, wat met name wordt veroorzaakt door de extra huurlasten in verband met verbouwing aan het hotel. De daling ten opzichte van 2019 wordt met name veroorzaakt doordat er in 2019 meer klein onderhoud heeft plaatsgevonden en door een reclassificatie van de bijdrage aan Hogeschool Van Hall Larenstein voor de samenwerking in het kader van de opleiding Life Sciences. Deze bijdrage valt in 2020 onder overige lasten. 

4.4. Overige lasten Lasten 2020 Begroting 2020 Lasten 2019
   
4.4.1. Administratie- en beheerslasten 10.007 13.074 11.446
4.4.2. Inventaris- en apparatuurkosten 8.734 7.108 8.364
4.4.3. Leermiddelen 3.611 4.789 4.113
4.4.5.1. Reis- en verblijfkosten 1.418 2.101 2.965
4.4.5.2. Representatiekosten 400 362 589
4.4.5.3. PR en reclamekosten 2.586 1.875 1.937
4.4.5.4. Overige beheerslasten 2.956 4.161 5.093
    29.712 33.470 34.507

De overige lasten zijn € 4,8 miljoen lager dan in 2019 en € 3,8 miljoen lager dan begroot. Ook hier geldt dat dit het gevolg is van Covid-19. Zo is er minder geld uitgegeven aan innovatiemiddelen, accreditatiekosten, professionalisering, leermiddelen en reis- en verblijfkosten. Wel zijn er meer kosten gemaakt voor online marketing die niet begroot waren. 

Onderdeel van de administratie­ en beheerslasten zijn de kosten voor accountantsdiensten. De ten laste van het boekjaar gebrachte kosten van de externe accountant en de accountantsorganisatie en het gehele netwerk waartoe deze accountantsorganisatie behoort, zijn als volgt voor de groep:

Accountantshonoraria 2020 (x € 1.000)      
  Ernst & Young Accountants LLP Ernst & Young Overig Totaal
Onderzoek van de jaarrekening 209  -  209
Andere controleopdrachten  -  69 69
Adviesdiensten op fiscaal terrein  -   -   - 
Andere niet-controlediensten  -   -   - 
  209 69 278
Accountantshonoraria 2019 (x € 1.000)      
  Ernst & Young Accountants LLP Ernst & Young Overig Totaal
Onderzoek van de jaarrekening 214  -  214
Andere controleopdrachten  -  14 14
Adviesdiensten op fiscaal terrein  -   -   - 
Andere niet-controlediensten  -   -   - 
  214 14 228

Bovenstaande honoraria voor onderzoek van de jaarrekening is gebaseerd op de totale honoraria voor het onderzoek van de jaarrekening ongeacht of de werkzaamheden reeds gedurende het boekjaar zijn verricht.

5 Financiële baten en lasten Baten en lasten 2020 Begroting 2020 Baten en lasten 2019
   
5.1. Financiële baten 12 10 26
5.2. Financiële lasten -1.157 -1.202 -1.252
    -1.145 -1.192 -1.226
6 Belastingen Baten en lasten 2020 Begroting 2020 Baten en lasten 2019
   
  Mutatie belastingvoorziening en winstbelasting 27  -  -40
7 Resultaat uit deelnemingen Baten en lasten 2020 Begroting 2020 Baten en lasten 2019
   
  Coöpreratieve Maritieme Academy Holland -6  -   - 
         

Volgend hoofdstuk: Enkelvoudige jaarrekening 2020