Algemeen
1.1 Jaarrekening en algemeen jaarverslag
De geconsolideerde jaarrekening is opgesteld in overeenstemming met de bepalingen van de Regeling jaar verslaggeving onderwijs, Titel 9 Boek 2 BW, en Hoofdstuk 660 van de Richtlijnen voor de Jaarverslaggeving en de stellige uitspraken van de overige hoofdstukken van de Richtlijnen voor de Jaarverslaggeving, uitgegeven door de Raad voor de Jaarverslaggeving en met de bepalingen van de Wet normering bezoldiging topfunctionarissen publieke en semipublieke sector (‘WNT‘).
1.2 Vestigingsadres en inschrijving handelsregister
De Stichting NHL Stenden Hogeschool heeft haar statutaire zetel in de gemeente Leeuwarden en is feitelijk gevestigd aan de Rengerslaan 10, 8900 CB Leeuwarden. De Stichting NHL Stenden Hogeschool is ingeschreven bij het handelsregister van de Kamer van Koophandel onder nummer 41002686.
1.3 Schattingen en vergelijking met voorgaand jaar
Bij toepassing van de grondslagen en regels voor het opstellen van de jaarrekening vormt het bestuur van de Stichting NHL Stenden Hogeschool zich verschillende oordelen en schattingen die essentieel kunnen zijn voor de in de jaarrekening opgenomen bedragen. Indien het voor het geven van het in artikel 2:362 lid 1 BW vereiste inzicht noodzakelijk is, is de aard van deze oordelen en schattingen inclusief de bijbehorende veronderstellingen opgenomen bij de toelichting op de desbetreffende jaarrekeningposten.
De gehanteerde grondslagen van waardering en van resultaatbepaling zijn ongewijzigd ten opzichte van het voorgaande jaar.
Geconsolideerde balans per 31 december 2020
(na voorgestelde resultaatsbestemming) (x € 1.000)
| Activa | 31 december 2020 | 31 december 2019 | ||||
|---|---|---|---|---|---|---|
| Vaste activa | ||||||
| 1.1.2. | Materiële vaste activa | |||||
| 1.1.2.1. | Bedrijfsgebouwen en terreinen | 123.729 | 124.970 | |||
| 1.1.2.2. | Inventaris en apparatuur | 44.928 | 29.827 | |||
| 1.1.2.3. | In uitvoering en vooruitbetalingen | 2.465 | 4.317 | |||
| 1.1.2.4. | Egalisatierekening | -5.604 | -5.808 | |||
| 165.518 | 153.306 | |||||
| 1.1.3. | Financiële vaste activa | |||||
| 1.1.3.2. | Andere deelnemingen | 131 | 137 | |||
| 1.1.3.3. | Overige langlopende vorderingen | 27 | 31 | |||
| 158 | 168 | |||||
| Totaal vaste activa | 165.676 | 153.474 | ||||
| 1.2.1. | Voorraden | 169 | 201 | |||
| 1.2.2. | Vorderingen | |||||
| 1.2.2.1. | Debiteuren | 2.911 | 4.415 | |||
| 1.2.2.4. | Kortlopende vorderingen op groepsmaatschappijen | - | 121 | |||
| 1.2.2.11. | Belastingen en premies sociale verzekeringen | 103 | - | |||
| 1.2.2.15. | Overige kortlopende vorderingen en overlopende activa | 10.198 | 6.662 | |||
| 13.212 | 11.198 | |||||
| 1.2.4 | Liquide middelen | 1.140 | 19.746 | |||
| Totaal vlottende activa | 14.521 | 31.145 | ||||
| Totaal activa | 180.197 | 184.619 |
| Passiva | 31 december 2020 | 31 december 2019 | ||||
|---|---|---|---|---|---|---|
| 2.1. | Eigen vermogen | 58.225 | 59.261 | |||
| 2.2. | Voorzieningen | |||||
| 2.2.1. | Personele voorzieningen | 13.794 | 12.145 | |||
| 2.2.4. | Belastingvoorziening | 14 | 71 | |||
| 13.808 | 12.216 | |||||
| 2.3. | Langlopende schulden | |||||
| 2.3.1. | Schulden aan kredietinstellingen | 43.279 | 46.577 | |||
| 2.4. | Kortlopende schulden | |||||
| 2.4.3. | Kredietinstellingen | 3.515 | 3.965 | |||
| 2.4.8. | Crediteuren | 8.841 | 13.408 | |||
| 2.4.9. | Belastingen en sociale voorzieningen | 8.034 | 7.133 | |||
| 2.4.10. | Schulden terzake van pensioenen | 2.213 | 2.027 | |||
| 2.4.12. | Overige schulden en overlopende passiva | 42.282 | 40.032 | |||
| 64.885 | 66.565 | |||||
| Totaal passiva | 180.197 | 184.619 |
Geconsolideerde staat van baten en lasten over 2020
(na voorgestelde resultaatbestemming)(x €1.000)
| 2020 | Begroting 2020 | 2019 | ||||
|---|---|---|---|---|---|---|
| 3. | Baten | |||||
| 3.1 | Rijksbijdragen | 156.361 | 151.167 | 152.995 | ||
| 3.2 | Overheidsbijdragen / subsidies overige overheden | 5.851 | 6.032 | 3.726 | ||
| 3.3 | (Wettelijke) college-, cursus-, les- en examengelden | 48.334 | 44.663 | 48.671 | ||
| 3.4 | Baten werk in opdracht van derden | 6.288 | 8.914 | 10.051 | ||
| 3.5 | Overige baten | 4.121 | 5.370 | 5.482 | ||
| Totaal baten | 220.955 | 216.146 | 220.925 | |||
| 4. | Lasten | |||||
| 4.1 | Personeelslasten | 168.747 | 160.261 | 162.209 | ||
| 4.2 | Afschrijvingen | 11.687 | 11.751 | 11.341 | ||
| 4.3 | Huisvestingslasten | 10.563 | 9.844 | 12.057 | ||
| 4.4 | Overige lasten | 29.712 | 33.470 | 34.507 | ||
| Totaal lasten | 220.709 | 215.326 | 220.114 | |||
| Saldo baten en lasten | 246 | 820 | 811 | |||
| 5. | Financiële baten en lasten | -1.145 | -1.192 | -1.226 | ||
| Resultaat uit gewone bedrijfsuitoefening voor belastingen | -899 | -372 | -415 | |||
| 6. | Belastingen | 27 | - | -40 | ||
| 7. | Resultaat uit deelnemingen | -6 | - | - | ||
| Resultaat na belastingen | -878 | -372 | -455 | |||
Geconsolideerd kasstroomoverzicht 2020
(x € 1.000)
| 2020 | 2019 | ||||
|---|---|---|---|---|---|
| Kasstroom uit operationele activiteiten | |||||
| Saldo baten en lasten | 246 | 811 | |||
| Aanpassingen voor aansluiting bedrijfsresultaat | |||||
| - Afschrijvingen | 11.687 | 11.341 | |||
| - Mutaties voorzieningen | 1.592 | 1.400 | |||
| 13.279 | 12.741 | ||||
| Verandering in werkkapitaal | |||||
| - Voorraden | 32 | 5 | |||
| - Vorderingen (exclusief vorderingen op groepsmaatschappijen) | -2.135 | -1.800 | |||
| - Kortlopende schulden (exclusief schulden aan kredietinstellingen) | -1.230 | 221 | |||
| - Kortlopende schulden investeringsactiviteiten | -88 | -3.307 | |||
| -3.421 | -4.881 | ||||
| Kasstroom uit bedrijfsoperaties | |||||
| - Financiële baten en lasten | -1.145 | -1.226 | |||
| - Vennootschapsbelasting | 27 | -40 | |||
| - Resultaten uit deelnemingen | -6 | - | |||
| -1.124 | -1.266 | ||||
| Kasstroom uit operationele activiteiten | 8.980 | 7.405 | |||
| Kasstroom uit investeringsactiviteiten | |||||
| - Investeringen in materiële vaste activa | -23.860 | -19.450 | |||
| - Desinvesteringen in materiële vaste activa | 35 | - | |||
| - Desinvesteringen in financiële vaste activa | 6 | - | |||
| Kasstroom uit investeringsactiviteiten | -23.819 | -19.450 | |||
| Kasstroom uit financieringsactiviteiten | |||||
| - Aflossing langlopende schulden | -3.966 | -14.964 | |||
| - Opname krediet | 218 | - | |||
| - Mutatie overige langlopende vorderingen | 4 | -10 | |||
| - Mutatie vordering op groepsmaatschappijen | 121 | 273 | |||
| Kasstroom uit financieringsactiviteiten | -3.623 | -14.701 | |||
| Koers- en omrekeningsverschillen op vermogen deelneming | -144 | 15 | |||
| Mutatie liquide middelen | -18.606 | -26.731 |
| Het verloop van de geldmiddelen is als volgt: | |||||
|---|---|---|---|---|---|
| Stand per 1 januari | 19.746 | 46.477 | |||
| Mutatie | -18.606 | -26.731 | |||
| Stand per 31 december | 1.140 | 19.746 |
Grondslagen voor waardering en resultaatbepaling
Algemeen
Activiteiten
De activiteiten van Stichting NHL Stenden Hogeschool, statutair gevestigd te Leeuwarden, bestaan voornamelijk uit het doen verzorgen en doen ontwikkelen van hoger beroepsonderwijs en het daarmee verband houdende of het daartoe bevorderlijke onderzoek.
Groepsverhoudingen
In de geconsolideerde jaarrekening zijn verwerkt de financiële gegevens van het groepshoofd Stichting NHL Stenden Hogeschool, statutair gevestigd in de gemeente Leeuwarden en van haar groepsmaatschappijen waarin zij een overheersende zeggenschap heeft, te weten:
- Stichting Steunfonds Stenden Hogeschool, te Leeuwarden;
- Stenden University Hotel B.V., te Leeuwarden;
- Wyswert Beheer B.V., te Leeuwarden;
- Stenden Professionals B.V., te Leeuwarden;
- Stenden University Qatar B.V., te Leeuwarden;
- Stenden University Asia B.V., te Leeuwarden;
- Stenden University South Africa B.V., te Leeuwarden;
- Educational Institute for Service Studies PTY Ltd, te Port Alfred (Zuid Afrika);
- Beheersorganisatie Kenniscampus Leeuwarden B.V. te Leeuwarden;
- Kenniscampus Beheer B.V. te Leeuwarden;
- Kenniscampus C.V. te Leeuwarden.
Tevens was Wyswert Beheer B.V. voor 50% aandeelhouder in Stenden University Qatar joint venture. Deze samenwerking is per 31 augustus 2020 beëindigd.
Voorts heeft Wyswert Beheer BV een 48% belang in Kenniscampus C.V. en via de Kenniscampus Beheer B.V. een indirect belang van 2%. De deelnemingen zijn statutair gevestigd te Leeuwarden.
Stichting Praktijk en Wetenschap is op 11 september 2014 opgericht en behoort tot de groepsmaatschappijen van Stichting NHL Stenden Hogeschool. De stichting is niet meegeconsolideerd in 2020 omdat er tot op heden geen activiteiten zijn ontplooid binnen deze stichting en derhalve geen financiële mutaties hebben plaatsgevonden.
De Stichting NHL Stenden Hogeschool bezit 100% van de aandelen in NHL Services B.V. en had daarin de volledige zeggenschap. In 2020 is NHL Services B.V. ontbonden.
De Stichting NHL Stenden Hogeschool bezit 50% van de aandelen in de Kenniscampus Beheer B.V. en heeft een direct belang in de Kenniscampus C.V. van 48% en via de Kenniscampus Beheer B.V. een indirect belang van 2%.
De Stichting NHL Stenden Hogeschool bezit daarnaast nog 50% van de aandelen in NHL Bedrijfsopleidingen ICT B.V., maar heeft daarin geen beslissende zeggenschap. De activiteiten van deze B.V. zijn al geruime tijd geleden beëindigd en de deelneming is afgewaardeerd tot nihil. Deze B.V. wordt daardoor niet opgenomen in de consolidatie.
Presentatie van cijfers
De bedragen in de jaarrekening, tabellen en toelichtingen zijn allen in duizenden Euro’s. Als gevolg van afrondingen zijn in een beperkt aantal gevallen geringe verschillen ontstaan in tellingen. Deze kleine afrondingsverschillen tasten de getrouwheid niet aan en zijn geen belemmering voor het verkrijgen van het vereiste inzicht. In de balans, de staat van baten en lasten en kasstroomoverzicht zijn referenties opgenomen die verwijzen naar de genummerde toelichting.
Consolidatie
In de consolidatie van de Stichting NHL Stenden Hogeschool worden de financiële gegevens van de instelling opgenomen, samen met haar groepsmaatschappijen en andere instellingen waarop zij een overheersende zeggenschap kan uitoefenen of waarover zij de centrale leiding heeft. De geconsolideerde jaarrekening is opgesteld met toepassing van de grondslagen voor de waardering en de resultaatbepaling van de Stichting NHL Stenden Hogeschool.
Groepsmaatschappijen zijn rechtspersonen waarop de instelling overheersende zeggenschap, direct of indirect, kan uitoefenen doordat zij beschikt over de meerderheid van de stemrechten of op enig andere wijze de financiële en operationele activiteiten kan beheersen. Hierbij wordt tevens rekening gehouden met potentiële stemrechten die direct kunnen worden uitgeoefend op balansdatum.
De groepsmaatschappijen en andere rechtspersonen waarop de Stichting NHL Stenden Hogeschool een over heersende zeggenschap kan uitoefenen of waarover zij de centrale leiding heeft, worden in de consolidatie betrokken. De onderlinge verhoudingen en transacties worden hierbij geëlimineerd. Het eventuele aandeel van derden in het groepsvermogen en in het groepsresultaat wordt afzonderlijk vermeld. Deelnemingen worden niet betrokken in de consolidatie, wanneer daarop geen overheersende zeggenschap kan worden uitgeoefend (geassocieerde deelnemingen).
Een belang in een joint venture wordt proportioneel geconsolideerd. Van een joint venture is sprake, indien als gevolg van een overeenkomst tot samenwerking, de zeggenschap door de deelnemers gezamenlijk wordt uitgeoefend.
Intercompanytransacties, intercompanywinsten en onderlinge vorderingen en schulden tussen groepsmaat schappijen en andere in de consolidatie opgenomen rechtspersonen worden geëlimineerd, voor zover de resultaten niet door transacties met derden buiten de groep zijn gerealiseerd. Ongerealiseerde verliezen op intercompanytransacties worden ook geëlimineerd, tenzij er sprake is van een bijzondere waardevermindering. Waarderingsgrondslagen van groepsmaatschappijen en andere in de consolidatie opgenomen rechtspersonen zijn, waar nodig, gewijzigd om aansluiting te krijgen bij de geldende waarderingsgrondslagen voor de groep.
Verbonden partijen
Als verbonden partijen worden aangemerkt alle rechtspersonen waarop overheersende zeggenschap, gezamen lijke zeggenschap of invloed van betekenis kan worden uitgeoefend. Ook rechtspersonen, die overwegende zeggenschap kunnen uitoefenen, worden aangemerkt als verbonden partij. Ook de statutaire directieleden, andere sleutelfunctionarissen in het management van de instelling en nauwe verwanten zijn verbonden partijen. Transacties van betekenis met verbonden partijen worden toegelicht voor zover deze niet onder normale marktvoorwaarden zijn aangegaan. Hiervan wordt toegelicht de aard en de omvang van de transactie en andere informatie die nodig is voor het verschaffen van het inzicht. Voor een overzicht van de verbonden partijen wordt verwezen naar de toelichting op de geconsolideerde balans.
Pensioenen
De instelling heeft een pensioenregeling bij Stichting Bedrijfspensioenfonds ABP. Op deze pensioenregeling zijn de bepalingen van de Nederlandse Pensioenwet van toepassing en worden op verplichte of contractuele basispremies betaald door de instelling. ABP hanteert het middelloon als pensioengevende salarisgrondslag. ABP probeert ieder jaar de pensioenen te verhogen met de gemiddelde stijging van de lonen in de sectoren overheid en onderwijs. Wanneer de dekkingsgraad lager is dan 105% vindt er geen indexatie plaats. De premies worden verantwoord als personeelskosten zodra deze verschuldigd zijn. Vooruitbetaalde premies worden opgenomen als overlopende activa indien dit tot een terugstorting leidt of tot een vermindering van toekomstige betalingen. Nog niet betaalde premies worden als verplichting op de balans opgenomen.
Voor toegezegde bijdrageregelingen betaalt de instelling verplichte, contractuele of vrijwillige basispremies aan pensioenfondsen en verzekeringsmaatschappijen. Behalve de betaling van premies heeft de instelling geen verdere verplichtingen uit hoofde van deze pensioenregelingen.
Ultimo 2020 had het ABP een dekkingsgraad van 93,2% (ultimo 2019 97,8%).
De premie ten behoeve van de opbouw van de pensioenaanspraken bedraagt in 2020 24,9% (in 2019 ook 24,9%) van het pensioengevend salaris, nadat deze is verminderd met de franchise van € 14.200.
Het pensioengevend salaris is in 2020 gemaximeerd op € 110.111 (2019 € 107.593). De jaarlijkse premie die voor rekening komt van de werkgever bedraagt 17,43% (2019 ook 17,43%) van het pensioengevend salaris. De hoogte van de premie wordt jaarlijks vastgesteld door het bestuur van het bedrijfstakpensioenfonds op basis van de dekkingsgraad en de verwachte rendementen.
Het ABP heeft een herstelplan ingediend dat is gebaseerd op de stand ultimo 2015 en waaruit blijkt op welke manier het fonds de financiële situatie binnen een aantal jaren kan herstellen. Het uiteindelijke doel van dit plan is dat de dekkingsgraad eind 2026 circa 128% bedraagt. In het herstelplan zijn o.a. de volgende mogelijke maatregelen genoemd, die mede afhankelijk van de ontwikkeling van de dekkingsgraad, toegepast kunnen worden:
- Verlagen van de (huidige en/of toekomstige) pensioenuitkeringen (voor 2018, 2019 en 2020 is deze maatregel niet toegepast);
- Het niet indexeren van de bestaande pensioenuitkeringen (sinds 2011 heeft er geen indexatie plaatsgevonden en in 2021 is dat ook niet gedaan);
- Verbeteren van het rendement door aanpassen van de rekenrenten indien dit gerechtvaardigd is;
- Het verhogen van de te betalen pensioenpremie met een herstelopslag.
Financiële instrumenten
Onder financiële instrumenten worden zowel primaire financiële instrumenten (zoals vorderingen en schulden), als afgeleide financiële instrumenten (derivaten) verstaan.
In de toelichting op de onderscheiden posten van de balans wordt de reële waarde van het betreffende instrument toegelicht als die significant afwijkt van de boekwaarde en benodigd is toe te lichten vanuit het geven van het vereiste inzicht.
Primaire financiële instrumenten
Voor de grondslagen van primaire financiële instrumenten wordt verwezen naar de behandeling per balanspost van de ‘Grondslagen voor de waardering van activa en passiva’.
Alle in de balans opgenomen financiële instrumenten zijn gewaardeerd tegen de geamortiseerde kostprijs.
Omrekening van vreemde valuta’s
Vorderingen, schulden en verplichtingen in vreemde valuta’s worden omgerekend tegen de koers per balans datum. Transacties in vreemde valuta’s gedurende de verslagperiode worden in de jaarrekening verwerkt tegen de koers die geldt op de datum van de transactie. De uit de omrekening per balansdatum voortvloeiende koersverschillen worden opgenomen in de winst en verliesrekening.
De buitenlandse groepsmaatschappijen en nietgeconsolideerde deelnemingen kwalificeren als bedrijfs uitoefening in het buitenland met een andere functionele valuta dan die van de vennootschap. Voor de omrekening van de jaarrekening van deze bedrijfsuitoefening in het buitenland wordt de koers op balansdatum gehanteerd voor de balansposten en de wisselkoersen op de transactiedata voor de posten van de winst en verliesrekening. De omrekeningsverschillen die optreden, worden rechtstreeks ten gunste of ten laste van het groepsvermogen gebracht.
Valutarisico
Voor het valutabeleid kiest NHL Stenden Hogeschool voor prudent en eenvoudig beleid, zonder complexe instrumenten, gericht op minimalisatie van (koers)risico’s. Hierbij hanteert NHL Stenden Hogeschool als prijs beleid dat tarieven met zoveel mogelijk in € worden overeengekomen. Voorts hanteert NHL Stenden Hogeschool als beleidslijn dat ontstane winsten in het buitenland zoveel mogelijk worden uitgekeerd als dividend.
Renterisico
De hogeschool conformeert zich aan de ‘regeling beleggen, lenen en derivaten OCW 2016’. Deze regeling is met ingang van 1 juli 2016 van kracht geworden en vervangt de regeling beleggen en belenen voor onderwijs en onderzoek 2010. NHL Stenden heeft een strategie van niet speculeren, waarbij wordt uitgegaan van schatkistbankieren en het beleggen en belenen van middelen hoofdzakelijk bij het ministerie van Financiën. Ook voor het valutabeleid kiest de hogeschool voor prudent en eenvoudig beleid (geen complexe instrumenten), gericht op minimalisatie van de (koers)risico’s. De hogeschool had geen beleggingen en maakt geen gebruik van derivaten. We hebben geen niet-onderwijsgerelateerde beleningen.
Krediet-, liquiditeits- en kasstroomrisico
NHL Stenden Hogeschool beperkt het kredietrisico door gebruik te maken van schatkistbankieren en door uitsluitend zaken te doen met debiteuren met een hoge kredietwaardigheid. Op balansdatum waren er geen significante concentraties van kredietrisico.
Liquiditeitsrisico en kasstroomrisico
Door tussentijdse monitoring en eventuele bijsturing worden liquiditeitsrisico’s beheerst.
Gebeurtenissen na balansdatum
Nationaal Programma Onderwijs
Vanuit het Nationaal Programma Onderwijs zijn er in de periode 2021-2026 voor het hbo middelen beschikbaar om leerlingen en studenten te helpen hun gaven en talenten tot bloei te brengen, ondanks de coronacrisis en de gevolgen daarvan voor het onderwijs. Dit zal gevolgen hebben voor de meerjarenbegroting, maar aangezien de omvang voor de hogeschool nog niet bekend is en de middelen en kosten tegen elkaar opwegen is dit niet specifiek meegenomen in de meerjarenbegroting.
Op basis van de beschikbare informatie, de liquiditeitspositie en het eigen vermogen heeft NHL Stenden geen gerede twijfel ten aanzien van de continuïteit van de organisatie en wordt er geen continuïteitsrisico onderkend. De jaarrekening is zodoende opgesteld op basis van de continuïteitsveronderstelling.
Grondslagen voor de waardering van activa en passiva
Algemeen
Indien niet anders vermeld, zijn activa en passiva opgenomen tegen de geamortiseerde kostprijs.
Materiële vaste activa
De terreinen, gebouwen en schepen worden gewaardeerd tegen verkrijgingsprijs plus bijkomende kosten of vervaardigingsprijs verminderd met de jaarlijkse lineaire afschrijvingen op basis van de geschatte levensduur. Op terreinen wordt niet afgeschreven.
Inventaris en apparatuur zijn gewaardeerd tegen verkrijgings- of vervaardigingsprijs, inclusief direct toekenbare kosten, verminderd met de jaarlijkse afschrijvingen op basis van de geschatte levensduur.
Door de instelling wordt op iedere balansdatum beoordeeld of er aanwijzingen zijn dat een vast actief aan een bijzondere waardevermindering onderhevig kan zijn. Indien dergelijke indicaties aanwezig zijn, wordt de realiseerbare waarde van het actief vastgesteld. Indien het niet mogelijk is de realiseerbare waarde voor het individuele actief te bepalen, wordt de realiseerbare waarde bepaald van de kasstroom genererende eenheid waartoe het actief behoort. Van een bijzondere waardevermindering is sprake als de boekwaarde van een actief hoger is dan de realiseerbare waarde; de realiseerbare waarde is de hoogste van de opbrengstwaarde en de bedrijfswaarde. Een bijzonder waardeverminderingsverlies wordt direct als last verwerkt in de staat van baten en lasten onder gelijktijdige verlaging van de boekwaarde van het betreffende actief.
Kosten voor periodiek groot onderhoud worden geactiveerd onder de materiële vaste activa en daarop wordt vervolgens afgeschreven.
Subsidies in verband met de aanschaf van (materiele) vaste activa zijn gepassiveerd onder de materiele vaste activa. Deze subsidies worden tijdsevenredig over de geschatte economische levensduur van deze activa ten gunste van de staat van baten en lasten gebracht en gepresenteerd in de afschrijvingskosten.
Financiële vaste activa
Deelnemingen waarop invloed van betekenis kan worden uitgeoefend, worden gewaardeerd volgens de vermogensmutatiemethode (nettovermogenswaarde). Er wordt van uitgegaan dat er invloed van betekenis is, wanneer 20% of meer van de stemrechten uitgebracht kan worden.
De nettovermogenswaarde wordt berekend volgens de grondslagen die gelden voor deze jaarrekening. Indien de waardering van een deelneming volgens de nettovermogenswaarde negatief is, wordt deze op nihil gewaardeerd. Indien en voor zover de instelling in deze situatie geheel of gedeeltelijk in staat voor de schulden van de deelneming, dan wel het stellige voornemen heeft de deelneming tot betaling van haar schulden in staat te stellen, wordt hiervoor een voorziening getroffen.
De eerste waardering van gekochte deelnemingen is gebaseerd op de reële waarde van de identificeerbare activa en passiva op het moment van acquisitie. Voor de vervolgwaardering worden de grondslagen toegepast die gelden voor deze jaarrekening, uitgaande van de waarden bij eerste waardering. Als resultaat wordt het bedrag verantwoord waarmee de boekwaarde van de deelneming sinds de voorafgaande jaarrekening is gewijzigd als gevolg van het door de deelneming behaalde resultaat. Voor het geboekte, maar nog niet uitgekeerde resultaat van de deelnemingen wordt een wettelijke reserve aangehouden.
Deelnemingen waarop, geen invloed van betekenis kan worden uitgeoefend, worden gewaardeerd tegen verkrijgingsprijs. Als resultaat wordt in aanmerking genomen het in het verslagjaar gedeclareerde dividend van de deelneming, waarbij niet in contanten uitgekeerde dividenden worden gewaardeerd tegen reële waarde.
De onder financiële vaste activa opgenomen vorderingen op deelnemingen worden initieel gewaardeerd tegen de reële waarde onder aftrek van transactiekosten (indien materieel). Vervolgens worden deze vorderingen gewaardeerd tegen geamortiseerde kostprijs. Bij de waardering wordt rekening gehouden met eventuele waardeverminderingen en bijzondere waardeverminderingen van vaste activa.
Voorraden
De voorraden zijn gewaardeerd tegen verkrijgingsprijs onder toepassing van de FIFO-methode (“first in, first out”) of tegen lagere opbrengstwaarde. De opbrengstwaarde is de geschatte verkoopprijs onder aftrek van direct toerekenbare verkoopkosten. Bij de bepaling van de opbrengstwaarde wordt rekening gehouden met de incourantheid van de voorraden.
Vorderingen en overlopende activa
Vorderingen worden bij eerste verwerking gewaardeerd tegen de reële waarde van de tegenprestatie. Vorderingen worden na eerste verwerking gewaardeerd tegen de geamortiseerde kostprijs. Als de ontvangst van de vordering is uitgesteld op grond van een verlengde overeengekomen betalingstermijn, wordt de reële waarde bepaald aan de hand van de contante waarde van de verwachte ontvangsten en worden er, op basis van de effectieve rente, renteinkomsten ten gunste van de staat van baten en lasten gebracht. Voorzieningen wegens oninbaarheid worden in mindering gebracht op de boekwaarde van de vordering.
De vorderingen betreffen onder andere externe debiteuren uit hoofde van contractactiviteiten en studenten inzake collegegelden.
Onderhanden projecten
De onderhanden projecten bestaan voornamelijk uit subsidieprojecten. De projecten worden gewaardeerd met behulp van de “percentage of completion” methode. De op deze projecten gemaakte kosten, bestaande uit personeelslasten en kosten van derden, worden rechtstreeks in het resultaat geboekt. De ontvangen subsidievoorschotten worden als "Overlopende posten projecten" op de balans opgenomen onder de overige schulden. Periodiek wordt mede vanuit de projectplanning de feitelijke voortgang van het project vastgesteld, waarna met behulp van het “percentage of completion” een deel van de subsidie als vordering op de balans en tevens als resultaat op het project geboekt.
Liquide middelen
Liquide middelen bestaan uit kastegoeden, banktegoeden en deposito’s. De tegoeden zijn direct opeisbaar, tenzij anders is vermeld. Rekeningcourant schulden bij banken en/of bij het Ministerie van Financiën zijn opgenomen onder schulden aan kredietinstellingen onder kortlopende schulden. Liquide middelen zijn gewaardeerd tegen nominale waarde.
Voorzieningen
Voorzieningen worden gevormd voor in rechte afdwingbare of feitelijke verplichtingen die op de balansdatum bestaan, waarbij het waarschijnlijk is dat een uitstroom van middelen noodzakelijk is en waarvan de omvang op betrouwbare wijze is te schatten.
De voorzieningen worden gewaardeerd tegen de beste schatting van de bedragen die noodzakelijk zijn om de verplichtingen per balansdatum af te wikkelen. De voorzieningen worden gewaardeerd tegen de contante waarde van deze bedragen, tenzij anders is vermeld.
Langlopende en kortlopende schulden
Langlopende schulden worden bij de eerste waardering gewaardeerd tegen reële waarde. Transactiekosten die direct zijn toe te rekenen aan de verwerving van de schulden worden in de waardering bij eerste verwerking opgenomen. Langlopende schulden worden na eerste verwerking gewaardeerd tegen geamortiseerde kostprijs, zijnde het ontvangen bedrag rekening houdend met agio of disagio en onder aftrek van transactiekosten.
Het verschil tussen de bepaalde boekwaarde en de uiteindelijke aflossingswaarde wordt, samen met de verschuldigde rentevergoeding, zodanig bepaald dat de effectieve rente gedurende de looptijd van de schulden in de staat van baten en lasten wordt verwerkt.
Kortlopende schulden worden bij de eerste verwerking gewaardeerd tegen reële waarde. Kortlopende schulden worden na eerste verwerking gewaardeerd tegen geamortiseerde kostprijs, zijnde het ontvangen bedrag rekening houdend met agio of disagio en onder aftrek van transactiekosten. Dit is meestal de nominale waarde.
Salderen
Een actief en een post van het vreemd vermogen worden gesaldeerd in de jaarrekening opgenomen uitsluitend indien en voor zover:
- een deugdelijk juridisch instrument beschikbaar is om het actief en de post van het vreemd vermogen gesaldeerd en simultaan af te wikkelen; en
- het stellige voornemen bestaat om het saldo als zodanig of beide posten simultaan af te wikkelen.
Niet langer in de balans opnemen van financiële activa en verplichtingen
Een financieel instrument wordt niet langer in de balans opgenomen indien een transactie ertoe leidt dat alle, of nagenoeg alle, rechten op economische voordelen en alle, of nagenoeg alle, risico’s met betrekking tot de positie aan een derde zijn overgedragen.
Leasing
De beoordeling of een overeenkomst een lease bevat, vindt plaats op grond van de economische realiteit op het tijdstip van het aangaan van het contract. Het contract wordt aangemerkt als een leaseovereenkomst als de nakoming van de overeenkomst afhankelijk is van het gebruik van een specifiek actief of de overeenkomst het recht van het gebruik van een specifiek actief omvat.
Grondslagen voor resultaatbepaling
Algemeen
Het resultaat wordt bepaald als het verschil tussen de opbrengstwaarde van de geleverde prestaties en de kosten over het jaar. De opbrengsten op transacties worden verantwoord in het jaar waarin zij zijn gerealiseerd. De baten en lasten worden toegerekend aan het boekjaar waarop ze betrekking hebben.
Winsten worden slechts genomen voor zover zij op balansdatum zijn verwezenlijkt. Verliezen en risico’s die hun oorsprong vinden voor het einde van het verslagjaar worden in acht genomen, indien zij voor het vaststellen van de jaarrekening bekend zijn geworden.
Rijksbijdrage
De ontvangen (normatieve) rijksbijdrage en de niet geoormerkte OCW-subsidies (vrij besteedbare doelsubsidies zonder verrekeningsclausule) worden in het jaar waarop de toekenningen betrekking hebben volledig als baten verwerkt.
Geoormerkte OCW-subsidies met een vrij besteedbaar overschot (doelsubsidies waarbij het overschot geen verrekeningsclausule heeft) worden ten gunste van het resultaat gebracht naar rato van de voortgang van de gesubsidieerde activiteiten. Het deel van de subsidies waarvoor nog geen activiteiten zijn verricht per balansdatum, wordt verantwoord onder de overlopende passiva.
Geoormerkte OCW-subsidies (doelsubsidies met een verrekeningsclausule) worden ten gunste van het resultaat gebracht in het jaar waarop de gesubsidieerde lasten in het resultaat zijn verantwoord. Niet bestede middelen worden verantwoord als overlopende passiva zolang de bestedingstermijn nog niet is verlopen.
Overige rijksbijdragen
In de exploitatierekening is als bate het bedrag opgenomen dat aan het betreffende verslagjaar is toe te rekenen.
College-, cursus-, les- en examengelden
De collegegelden worden in de staat van baten en lasten verantwoord volgens het baten en lastenstelsel.
De verwerking van de vooruitgefactureerde collegegelden is conform het door Ministerie van OCW in 2017 uitgebrachte standpunt hierover. Dat standpunt houdt in dat vooruitgefactureerde collegegelden, welke nog niet zijn verschuldigd door de studenten, omdat die betrekking hebben op de periode januari-augustus van het lopende collegejaar, op de balans zijn gesaldeerd met de collegegelddebiteuren. Dit heeft geen effect op het resultaat, het eigen vermogen of de kasstromen.
Overige exploitatiesubsidies
Exploitatiesubsidies worden als bate verantwoord in de staat van baten en lasten in het jaar waarin de gesubsidieerde kosten zijn gemaakt of opbrengsten zijn gederfd, of wanneer zich een gesubsidieerd exploitatietekort heeft voorgedaan.
Verlenen van diensten
De verantwoording van opbrengsten uit de levering van diensten geschiedt naar rato van de geleverde prestaties, gebaseerd op de verrichte diensten tot aan de balansdatum in verhouding van de in totaal te verrichten diensten.
Afschrijvingen
Materiële vaste activa worden vanaf het moment van ingebruikneming afgeschreven over de verwachte toekomstige gebruiksduur van het actief. Beperkte boekwinsten en verliezen bij verkoop van materiële vaste activa zijn begrepen onder de afschrijvingen. Aanzienlijke boekwinsten of boekverliezen worden verantwoord en toegelicht onder de Overige baten dan wel Overige lasten.
Personeelsbeloningen
Lonen, salarissen en sociale lasten worden op grond van de arbeidsvoorwaarden verwerkt in de staat van baten en lasten voor zover ze verschuldigd zijn aan werknemers respectievelijk de belastingautoriteit.
Financiële baten en lasten
Rentebaten en rentelasten worden tijdsevenredig verwerkt, rekening houdend met de effectieve rentevoet van de betreffende activa en passiva. Bij de verwerking van de rentelasten wordt rekening gehouden met de verantwoorde transactiekosten op de ontvangen leningen.
Vennootschapsbelasting
De ‘Wet modernisering vennootschapsbelastingplicht overheidsondernemingen’ is in werking getreden per 1 januari 2016. Deze wet leidt er toe dat onderwijsinstellingen in beginsel vennootschapsbelastingplichtig zijn.
In de wet is een specifieke vrijstelling opgenomen voor onderwijsinstellingen die bekostigd onderwijs verrichten en voldoen aan de in de wet opgenomen voorwaarden. De Stichting NHL Stenden Hogeschool heeft vastgesteld dat zij voor de Stichting NHL Stenden Hogeschool voldoet aan de voorwaarden om een beroep te kunnen doen op de onderwijsvrijstelling en is derhalve vrijgesteld van vennootschapsbelasting.
De vrijstelling geldt echter niet voor de besloten vennootschappen die als groepsmaatschappij in de jaarrekening zijn opgenomen. De vennootschapsbelasting is berekend tegen het geldende tarief over het resultaat van het boekjaar, waarbij rekening is gehouden met permanente verschillen tussen de winstberekening volgens de jaarrekening en de fiscale winstberekening en waarbij actieve belastinglatenties (indien van toepassing) slechts zijn gewaardeerd voor zover de realisatie daarvan waarschijnlijk is.
Grondslagen voor de opstelling van het geconsolideerd kasstroomoverzicht
Het kasstroomoverzicht wordt opgesteld volgens de indirecte methode. De geldmiddelen in het kasstroom overzicht bestaan uit de liquide middelen.
Kasstromen in vreemde valuta’s worden omgerekend tegen een geschatte gemiddelde koers. Koersverschillen inzake geldmiddelen worden afzonderlijk in het kasstroomoverzicht getoond.
Winstbelastingen, ontvangen interest en ontvangen dividenden worden opgenomen onder de kasstroom uit operationele activiteiten. Betaalde interest en betaalde dividenden worden opgenomen onder de kasstroom uit operationele activiteiten.
De verkrijgingsprijs van verworven groepsmaatschappij wordt opgenomen onder de kasstroom uit investeringsactiviteiten, voor zover betaling in geldmiddelen heeft plaatsgevonden. Hierbij worden geldmiddelen aanwezig in deze groepsmaatschappijen afgetrokken van de aankoopprijs.
Transacties waarbij geen ruil van geldmiddelen plaatsvindt, waaronder financial leasing, worden niet in het kasstroomoverzicht opgenomen. De betalingen van de leasetermijnen uit hoofde van het financial leasecontract worden gepresenteerd als aflossingen van schulden voor het aflossingsbestanddeel en als betaalde interest voor het interestbestanddeel.
Toelichting op de geconsolideerde balans per 31 december 2020
1. Activa
Vaste activa
| 1.1.2. Materiële vaste activa | 1.1.2.1. Bedrijfs- gebouwen en -terreinen | 1.1.2.2. Inventaris en apparatuur | 1.1.2.3. Gebouwen in aanbouw | 1.1.2.4. Egalisatie rekening | Totaal |
|---|---|---|---|---|---|
| € | € | € | € | € | |
| Stand per 1 januari 2020 | |||||
| Aanschafwaarde | 193.648 | 75.314 | 4.317 | -8.718 | 264.561 |
| Afschrijvingen | -68.678 | -45.487 | - | 2.910 | -111.255 |
| Boekwaarden | 124.970 | 29.827 | 4.317 | -5.808 | 153.306 |
| Mutaties | |||||
| Investeringen | 9.147 | 12.434 | 2.415 | -48 | 23.948 |
| Desinvesteringen | -178 | -17.587 | - | - | -17.765 |
| Omrekeningsverschillen investeringen | -80 | -117 | - | - | -197 |
| Herclassicificatie aanschafwaarde | -5.551 | 9.818 | -4.267 | - | - |
| Afschrijvingen | -4.728 | -7.211 | - | 252 | -11.687 |
| Omrekeningsverschillen afschrijvingen | 16 | 167 | - | - | 183 |
| Afschrijvingen desinvesteringen | 133 | 17.597 | - | - | 17.730 |
| Saldo | -1.241 | 15.101 | -1.852 | 204 | 12.212 |
| Stand per 31 december 2020 | |||||
| Aanschafwaarde | 196.986 | 79.862 | 2.465 | -8.766 | 270.547 |
| Afschrijvingen | -73.257 | -34.934 | - | 3.162 | -105.029 |
| Boekwaarden | 123.729 | 44.928 | 2.465 | -5.604 | 165.518 |
De subadministratie van de vaste activa is geschoond van activa die volledig waren afgeschreven en buiten gebruik waren gesteld. Deze activa hebben geen opbrengst.
In het verslagjaar is regulier geïnvesteerd in het vervangen en verbeteren van de huisvesting, de ICT-omgeving en in het leer- en ervaringsbedrijf Stenden University Hotel BV. Daarnaast is er geïnvesteerd in het z.g. “Locatieplan Leeuwarden”. Op Terschelling is in 2017 gestart met het renoveren van de gebouwen van Maritiem Instituut Willem Barentsz. In 2020 is deze renovatie opgeleverd.
| Afschrijvingspercentages | % |
|---|---|
| 1.1.2.1. Bedrijfsgebouwen en terreinen | 0 - 7 |
| 1.1.1.3. Inventaris en apparatuur | 10 - 25 |
| 1.1.1.4. In uitvoering en vooruitbetalingen | 0 |
| 1.1.1.5. Egalisatierekening | 0 - 3 |
Omrekenverschillen
De omrekeningsverschillen hebben betrekking op de materiële vaste activa van de deelnemingen die dochtermaatschappij Wyswert Beheer B.V. heeft in Stenden South Africa B.V. en Stenden University Qatar Joint Venture. De activa ultimo boekjaar zijn opgenomen tegen de koers per balansdatum. De omrekenverschillen zijn het gevolg van de omrekening van de beginbalans tegen de koers per ultimo boekjaar.
| 1.1.3. | Financiële vaste activa | 31-12-2019 | Mutatie 2020 | 31-12-2020 |
|---|---|---|---|---|
| 1.1.3.2. | Andere deelnemingen | |||
| Coöperatie Maritieme Academie Holland U.A. | 137 | -6 | 131 | |
| 1.1.3.3. | Overige langlopende vorderingen | |||
| Lening IO Vivat 2015 | 16 | -4 | 12 | |
| Lening IO Vivat 2019 | 15 | - | 15 | |
| 31 | -4 | 27 | ||
| Totaal financiële vaste activa | 168 | -10 | 158 |
1.1.3.2. Coöperatie Maritieme Academie Holland U.A.
De Stichting NHL Stenden Hogeschool is in 2013 een samenwerking aangegaan met vijf andere onderwijs instellingen onder de naam Coöperatie Maritieme Academie Holland U.A. Het doel van de samenwerking is het leveren van een bijdrage aan de maritieme sector door het aanbieden van kwalitatief goed onderwijs in de maritieme sector in de brede zin. Het aandeel in de Coöperatie van de Stichting NHL Stenden Hogeschool is 32,7%.
1.1.3.3. Overige langlopende vorderingen
Lening IO Vitat 2015
Stichting NHL Stenden Hogeschool heeft in 2015 een lening verstrekt aan de studentenvereniging IO Vivat Nostrorum Sanitas. De hoofdsom van de lening bedraagt € 27.000. De aflossing bedraagt € 1.350 per halfjaar. De looptijd van de lening bedraagt 10 jaar. Het rentepercentage bedraagt 1% per jaar. Er zijn geen zekerheden gesteld.
Lening IO Vitat 2019
Stichting NHL Stenden Hogeschool heeft in 2019 een lening verstrekt aan de studentenvereniging IO Vivat Nostrorum Sanitas. De hoofdsom van de lening bedraagt € 15.000. De aflossing bedraagt € 750 per halfjaar. De looptijd van de lening bedraagt 10 jaar. Het rentepercentage bedraagt 1% per jaar. Er zijn geen zeker heden gesteld.
Vlottende activa
| 1.2.1. | Voorraden | 31-12-2020 | 31-12-2019 |
|---|---|---|---|
| € | € | ||
| 1.2.1.1. | Grond- en hulpstoffen | 69 | 89 |
| 1.2.1.2. | Gebruiksgoederen | 100 | 112 |
| 169 | 201 |
| 1.2.2. | Vorderingen | 31-12-2020 | 31-12-2019 |
|---|---|---|---|
| € | € | ||
| 1.2.2.1. | Debiteuren | ||
| 1.2.2.1.1. | Studentdebiteuren | 568 | 470 |
| 1.2.2.1.2. | Overige debiteuren | 3.295 | 5.096 |
| 3.863 | 5.566 | ||
| Voorziening dubieuze debiteuren | -952 | -1.151 | |
| 2.911 | 4.415 | ||
| 1.2.2.4. | Kortlopende vorderingen op groepsmaatschappijen | ||
| Stenden University Qatar Joint Venture (50%) | - | 121 | |
| 1.2.2.11. | Belastingen en premies sociale verzekeringen | ||
| Omzetbelasting | 30 | - | |
| Vennootschapsbelasting | 73 | - | |
| 103 | - | ||
| 1.2.2.15. | Overige kortlopende vorderingen en overlopende activa | ||
| Personeelsvoorschotten | 112 | 111 | |
| Overlopende posten projecten | 4.637 | 2.697 | |
| Vooruitbetaalde kosten | 2.613 | 1.915 | |
| Overige vorderingen | 2.836 | 1.939 | |
| 10.198 | 6.662 | ||
| Totaal vorderingen | 13.212 | 11.198 |
De vordering op ‘studentdebiteuren’ bestaat voor het overgrote deel uit collegegeldvorderingen voor het academische jaar 2020/2021. Onder overige debiteuren zijn begrepen vorderingen op derden uit hoofde en wegens detacheringen van personeel en van leveringen en diensten van Stenden University Hotel BV en Stenden Professionals BV. Voor het risico op oninbaarheid van de vordering is een voorziening gevormd.
Onder ‘overlopende posten projecten’ zijn begrepen uitgaven aan personeel, diensten en materialen van o.a. Stenden Professionals BV en Stenden University Hotel BV die op balansdatum nog niet zijn afgerond.
Onder ‘vooruitbetaalde kosten’ zijn de uitgaven voor licenties wegens onderhoudscontracten begrepen, waarvan de prestatie in 2021 wordt geleverd.
Onder ‘overige vorderingen’ zijn vorderingen opgenomen op collega hogescholen waarmee gezamenlijke activiteiten worden uitgevoerd. Hierbij zijn geen vorderingen opgenomen met een verwachte looptijd langer dan één jaar.
| 1.2.4. | Liquide middelen | 31-12-2020 | 31-12-2019 |
|---|---|---|---|
| € | € | ||
| 1.2.4.1. | Kas | 8 | 11 |
| 1.2.4.2. | Banken | 1.132 | 19.735 |
| 1.140 | 19.746 |
Bij het ministerie van Financiën heeft de Stichting NHL Stenden Hogeschool de mogelijkheid krediet in rekening courant op te nemen ten bedrage van € 11,7 miljoen. Daarnaast heeft de Stichting NHL Stenden Hogeschool bij ING Bank N.V. de mogelijkheid krediet in rekening courant op te nemen van € 10 miljoen (zie 2.3.). Hiervan is per einde 2020 € 217.582 gebruikt (zie 2.4.3.). Verder heeft de Stichting NHL Stenden Hogeschool de beschikking over een intraday kredietfaciliteit ter hoogte van € 19,6 miljoen.
Onder de liquide middelen was ultimo 2019 een bedrag van € 2.560.891 opgenomen dat niet ter vrije beschikking stond. Ultimo 2020 staan de liquide middelen ter vrije beschikking.
2. Passiva
| 2.1 | Eigen vermogen | Saldo per 31-12-2019 | Bestemming resultaat 2019 | Saldo per 31-12-2019 na bestemming resultaat | Mutaties 2020 | Bestemming resultaat 2020 | Saldo per 31-12-2020 |
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| € | € | € | € | € | € | ||
| 2.1.1. | Algemene reserve publieke gelden | 51.467 | 327 | 51.794 | - | 1.102 | 52.896 |
| 2.1.2. | Algemene reserve private gelden | 8.533 | -782 | 7.751 | 464 | -1.980 | 6.235 |
| 2.1.3. | Reserve omrekeningsverschillen | -284 | - | -284 | -622 | - | -906 |
| 59.716 | -455 | 59.261 | -158 | -878 | 58.225 |
Toelichting eigen vermogen
Het eigen vermogen bestaat uit de in voorgaande jaren opgebouwde exploitatieresultaten van de diverse organisatieonderdelen. Hierin is tevens een scheiding opgenomen naar publieke en private middelen.
De algemene reserve private gelden bestaat deels uit een wettelijke reserve. Deze wettelijke reserve bestaat uit een reserve omrekeningsverschillen. De reserve omrekeningsverschillen wordt veroorzaakt door de omrekening van vermogen en resultaat van de deelneming Stenden South Africa B.V. en Stenden University Qatar B.V.
Financiële toelichting wettelijke reserve
De wettelijke reserve wordt gevormd voor het geboekte resultaat van de deelnemingen. Het resultaat van de deelnemingen wordt bepaald met behulp van de vermogensmutatiemethode.
Deze totale wettelijke reserve bedraagt ultimo 2020 € 905.389 (2019 : €283.635). De mutatie van € 621.754 heeft betrekking op de mutatie omrekeningsverschillen.
Toelichting geconsolideerd vermogen / enkelvoudig vermogen
Ultimo 2020 wijkt het enkelvoudig vermogen van Stichting NHL Stenden Hogeschool af van het geconsolideerde vermogen van de Stichting. Het verschil van (afgerond) € 889.000 wordt veroorzaakt door het opnemen van het vermogen van de groepsmaatschappij Stichting Steunfonds Stenden Hogeschool in de geconsolideerde cijfers van Stichting NHL Stenden Hogeschool.
| Verloop inzake verschil eigen vermogen | Stand per 31–12–2020 | Stand per 31–12–2019 |
|---|---|---|
| € | € | |
| Enkelvoudig vermogen Stichting NHL Stenden Hogeschool | 57.336 | 57.768 |
| Eigen vermogen Stichting Steunfonds Stenden Hogeschool | 889 | 883 |
| Eigen vermogen Stichting Management Trainingscentrum | - | 610 |
| Groepsvermogen Stichting NHL Stenden Hogeschool | 58.225 | 59.261 |
| Geconsolideerd overzicht van het totaalresultaat (x € 1.000) | 2020 | 2019 |
|---|---|---|
| € | € | |
| Resultaat na belastingen | -878 | -455 |
| Rechtstreekse mutatie in het eigen vermogen | ||
| Omrekenverschillen bedrijfsuitoefening in het buitenland | -158 | 44 |
| Totaalresultaat | -1.036 | -411 |
| 2.2. | Voorzieningen | Saldo per 31-12-2019 | Dotaties | Onttrekkingen | Vrijval | Saldo per 31-12-2020 |
|---|---|---|---|---|---|---|
| € | € | € | € | € | ||
| 2.2.1. | Personeelskostenvoorzieningen | |||||
| 2.2.1.1. | Voorziening voor jubileumuitkeringen | 1.731 | 240 | 98 | - | 1.873 |
| 2.2.1.2.1. | Voorziening Werktijdvermindering Senioren | 7.265 | 2.477 | 1.351 | 185 | 8.206 |
| 2.2.1.2.2. | Voorziening Duurzame Inzetbaarheid personeel | 1.223 | 375 | - | - | 1.598 |
| 2.2.1.3. | Voorziening Eigen Risico WAO/WIA | 607 | 782 | 219 | - | 1.170 |
| 2.2.1.4. | Voorziening wachtgelden | 1.319 | 246 | 618 | - | 947 |
| Totaal personeelsvoorzieningen | 12.145 | 4.120 | 2.286 | 185 | 13.794 | |
| 2.2.4. | Belastingvoorziening | 71 | 14 | 37 | 34 | 14 |
| Totaal voorzieningen | 12.216 | 4.134 | 2.323 | 219 | 13.808 |
| 2.2.1. | Onderverdeling saldo voorzieningen naar looptijd | Stand per 31-12-2020 | < 1 jaar | 1 - 5 jaar | > 5 jaar |
|---|---|---|---|---|---|
| € | € | € | € | ||
| 2.2.1.1. | Voorziening voor jubileumuitkeringen | 1.873 | 100 | 414 | 1.359 |
| 2.2.1.2.1. | Voorziening Werktijdvermindering Senioren | 8.206 | 1.500 | 5.000 | 1.706 |
| 2.2.1.2.2. | Voorziening Duurzame Inzetbaarheid personeel | 1.598 | 500 | 1.098 | - |
| 2.2.1.3. | Voorziening Eigen Risico WAO/WIA | 1.170 | 250 | 920 | - |
| 2.2.1.4. | Voorziening wachtgelden | 947 | 700 | 247 | - |
| 2.2.4. | Belastingvoorziening | 14 | 14 | - | - |
| Totaal voorzieningen | 13.808 | 3.064 | 7.679 | 3.065 |
2.2.1.1. Voorziening voor jubileumuitkeringen
Op grond van hoofdstuk H artikel 5.2 van de CAO voor het HBO hebben werknemers recht op een gratificatie bij het bereiken van een 25-jarig, een 40-jarig en een 50-jarig dienstverband ter grootte van resp. 50%, 100% en 100% van het inkomen per maand. De voorziening heeft betrekking op de per de balansdatum opgebouwde rechten. Er wordt rekening gehouden met een blijfkans van het aanwezige personeel per ultimo van het verslagjaar. De blijfkans is gebaseerd op een natuurlijk verloop percentage van 5% per jaar. Daarnaast is rekening gehouden met een disconteringsvoet van 0,6% en met een salarisstijging van 1,7%.
2.2.1.2.1. Voorziening werktijdvermindering senioren
In de CAO voor het Hoger Beroepsonderwijs 2018-2020 wordt in artikel M2 Werktijdvermindering Senioren beschreven dat werknemers, die de leeftijd van 10 jaar voor hun pensioendatum hebben bereikt, recht hebben op werktijdverkorting tegen inlevering van een deel van het salaris. Zij moeten voldoen aan de volgende twee criteria: een arbeidsovereenkomst van 0,4 FTE of hoger en daarnaast moeten ze 5 aaneengesloten jaren werkzaam zijn in het HBO. Binnen de regeling zijn 5 categorieën medewerkers waarmee bij de berekening van de voorziening rekening moet worden gehouden. Deze categorieën zijn:
Categorie A: medewerkers die al deelnemen aan een vergelijkbare regeling. Deze medewerkers mogen niet deelnemen aan de werktijdvermindering senioren en daarom bestaat er voor deze medewerkers geen toekomstige verplichting.
Categorie B: dit zijn de medewerkers die reeds deelnemen aan de regeling.
Categorie C: dit betreft alle medewerkers die voldoen aan de genoemde criteria, maar die nog niet feitelijk hebben aangegeven dat zij gaan deelnemen aan de regeling.
Categorie D: dit betreft alle medewerkers die aan één of geen van beide criteria voldoen om in aanmerking te komen voor gebruik maken van de regeling, maar binnen 5 jaar aan beide criteria zullen voldoen.
Categorie E: dit betreft alle medewerkers die nog niet aan alle criteria voldoen om in aanmerking te komen voor deelname aan de regeling en naar verwachting ook niet binnen 5 jaar aan deze criteria zullen gaan voldoen.
De categorieën B, C en D zijn in de voorziening opgenomen.
Bij de berekening van de voorziening wordt rekening gehouden met het huidige salaris, het kortingspercentage, de eigen bijdrage, de werkgeverslasten en schattingen voor de deelnamekans en de blijfkans. De waardering is tegen contante waarde, waarbij rekening is gehouden met een disconteringsvoet van 0,6%.
Op grond van het voortschrijdend inzicht in de ontwikkeling van het aantal actieve deelnemers aan de regeling, gecombineerd met het aantal actieve deelnemers aan de nog lopende SOP-regeling, is de deelnamekans opnieuw ingeschat en bepaald op 27% (2019 27%).
Er is rekening gehouden met een disconteringsvoet van 0,6% met een stijging van de salariskosten van 1,7% per jaar. Verder wordt rekening gehouden met een blijfkans die is gebaseerd op een natuurlijk verloop van 5% per jaar.
2.2.1.2.2. Voorziening duurzame inzetbaarheid personeel
Op grond van hoofdstuk M van de CAO voor het HBO hebben werknemers met een dienstverband van tenminste 0,4 fte in het kader van duurzame inzetbaarheid recht op maximaal 40 uur en vanaf een bepaalde leeftijd nog eens maximaal 50 uur. Deze uren mogen over een periode van 5 jaar worden gespaard. Voor dat aantal gespaarde uren in 2020 is een voorziening opgenomen. De voorziening is berekend met een gemiddeld uurtarief.
Er wordt rekening gehouden met een disconteringsvoet van 0,6% en met een salarisstijging van 1,7%.
2.2.1.3. Voorziening eigen risico WAO/WIA
De Stichting NHL Stenden Hogeschool is eigen risicodrager voor de WGA. Als gevolg hiervan heeft Stichting NHL Stenden Hogeschool de verplichting op zich genomen om de kosten van de uitkeringen van de betreffende voormalige werknemers te betalen. De maximale duur van deze verplichting is per werknemer 10 jaar.
De voorziening is berekend door voor de resterende looptijd de contante waarde te nemen van de WGA-uitkeringen die voor eigen rekening komen. De in het boekjaar betaalde uitkeringen zijn aan de voorziening onttrokken.
2.2.1.4. Voorziening wachtgelden
De Stichting NHL Stenden Hogeschool is wettelijk verplicht eigen risicodrager voor de uitkeringen van personeelsleden waarvan het dienstverband is beëindigd, niet zijnde om redenen van pensionering, met betrekking tot het wettelijke en het bovenwettelijke deel van de WW-uitkeringen. De belangrijkste oorzaak voor het ontstaan van deze WW-verplichtingen is de beëindiging van tijdelijke arbeidscontracten.
De voorziening wordt gebaseerd op de te betalen bedragen voor de wettelijke en bovenwettelijke uitkeringen conform de opgaven van het UWV en het APG tot het einde van de WW-periode. De waardering is tegen contante waarde met een disconteringsvoet van 0,6% per jaar en een sterftekans van 1,5% per jaar.
2.2.4. Belastingvoorziening
De Stichting NHL Stenden is belastingplichtig voor haar aandeel in de winst van de joint venture ‘Stenden University Qatar’ te Qatar. Aan de voorziening per 31 december 2019 is € 37.000 onttrokken door middel van verrekening met onze Qatarese partner en is € 34.000 voor te betalen boete en rente vennootschapsbelasting oude jaren vrij gevallen.
De voorziening per 31 december 2020 heeft betrekking op de verwachte boete aangifte vennootschapsbelasting 2019. NHL Stenden verwacht dat de voorziening in 2021 wordt afgewikkeld. De waardering van de voorziening is tegen contante waarde.
2.3. Langlopende schulden
Hypothecaire leningen
| Hypothecaire leningen | Langlopend 31-12-2019 | Kortlopende schuld 31-12-2019 | Saldo leningen 31-12-2019 | Aflossing 2020 | Stand per 31-12-2020 | Kortlopende schuld 31-12-2020 | Langlopend 31-12-2020 | |
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| € | € | € | € | € | € | € | ||
| 2.3.1.1. | Lening Ministerie van Financiën .657 | - | 667 | 667 | 667 | - | - | - |
| 2.3.1.2. | Lening Ministerie van Financiën .954 | 4.919 | 289 | 5.208 | 290 | 4.918 | 289 | 4.629 |
| 2.3.1.3. | Lening Ministerie van Financiën .476 | 1.575 | 175 | 1.750 | 175 | 1.575 | 175 | 1.400 |
| 2.3.1.4. | Lening Ministerie van Financiën .600 | 10.000 | 1.250 | 11.250 | 1.250 | 10.000 | 1.250 | 8.750 |
| 2.3.1.5. | Lening Ministerie van Financiën .219 | 6.750 | 750 | 7.500 | 750 | 6.750 | 750 | 6.000 |
| 2.3.1.6. | Lening Ministerie van Financiën .008 | 23.333 | 834 | 24.167 | 834 | 23.333 | 833 | 22.500 |
| 46.577 | 3.965 | 50.542 | 3.966 | 46.576 | 3.297 | 43.279 |
| Hypothecaire leningen naar looptijd | Langlopend 31-12-2020 | Resterende looptijd 1 - 5 jaar | Resterende looptijd > 5 jaar | |
|---|---|---|---|---|
| € | € | € | ||
| 2.3.1.1. | Lening Ministerie van Financiën .657 | - | - | - |
| 2.3.1.2. | Lening Ministerie van Financiën .954 | 4.629 | 1.156 | 3.473 |
| 2.3.1.3. | Lening Ministerie van Financiën .476 | 1.400 | 700 | 700 |
| 2.3.1.4. | Lening Ministerie van Financiën .600 | 8.750 | 5.000 | 3.750 |
| 2.3.1.5. | Lening Ministerie van Financiën .219 | 6.000 | 3.000 | 3.000 |
| 2.3.1.6. | Lening Ministerie van Financiën .008 | 22.500 | 3.336 | 19.164 |
| 43.279 | 13.192 | 30.087 |
2.3.1.1. Lening Ministerie van Financiën .657
In 2005 is bij het Ministerie van Financiën een langlopende hypothecaire lening ad € 10 miljoen afgesloten.
Deze hypothecaire lening had een looptijd van 15 jaar. Het rentepercentage bedroeg 3,34%. De laatste aflossing van € 666.667 is in oktober 2020 voldaan.
2.3.1.2. Lening Ministerie van Financiën .954
In 2007 is bij het Ministerie van Financiën een langlopende hypothecaire lening ad € 9 miljoen afgesloten.
Deze hypothecaire lening heeft een looptijd van 30 jaar. Het rentepercentage bedraagt 0,77%. De aflossing betreft per jaar een bedrag van € 289.286 en wordt voldaan in maart. Het aantal resterende termijnen bedraagt 17.
2.3.1.3. Lening Ministerie van Financiën .476
In 2009 is bij het Ministerie van Financiën een langlopende hypothecaire lening ad € 3,5 miljoen afgesloten. Deze hypothecaire lening heeft een looptijd van 20 jaar. Het rentepercentage bedraagt 3,75%. De aflossing betreft per jaar een bedrag van € 175.000 en wordt voldaan in augustus. Het aantal resterende termijnen bedraagt 9.
2.3.1.4. Lening Ministerie van Financiën .600
In 2007 is bij het Ministerie van Financiën een langlopende hypothecaire lening ad € 25 miljoen afgesloten.
Deze hypothecaire lening heeft een looptijd van 22 jaar. Het rentepercentage bedraagt 3,83%. De aflossing betreft per jaar een bedrag van € 1.250.000. Het aantal resterende termijnen bedraagt 8.
2.3.1.5. Lening Ministerie van Financiën .219
In 2008 is bij het Ministerie van Financiën een langlopende hypothecaire lening ad € 15 miljoen afgesloten. Deze hypothecaire lening heeft een looptijd van 22 jaar. Het rentepercentage bedraagt 4,61%. De aflossing betreft per jaar een bedrag van € 750.000. Het aantal resterende termijnen bedraagt 9.
2.3.1.6. Lening Ministerie van Financiën .008
In 2018 is bij het Ministerie van Financiën een langlopende hypothecaire lening ad € 25 miljoen afgesloten.
Deze hypothecaire lening heeft een looptijd van 30 jaar. Het rentepercentage bedraagt 1,02% De aflossing betreft per jaar een bedrag van € 833.333,33 en wordt voldaan in mei. Het aantal resterende termijnen bedraagt 28.
Lening ING Bank N.V. .279
In 2008 is bij de ING Bank een langlopende hypothecaire lening ad € 10 miljoen afgesloten. Deze hypothecaire lening heeft een onbepaalde looptijd. Het rentepercentage bedraagt 1 maands Euribor tarief + 1, 2% opslag. Om moverende redenen (waaronder besparing op rentekosten) is de lening in 2019 volledig afgelost. De lening kan volledig worden opgenomen, wanneer daar reden toe is. Ingaande het verslagjaar 2019 wordt de lening gepresenteerd als een krediet (zie 1.2.4. Liquide middelen).
Zekerheden leningen onder 2.3.1.1., 2.3.1.2., 2.3.1.3., 2.3.1.4., 2.3.1.5. en 2.3.1.6. Ministerie van Financiën:
a) Eerste hypotheek tot een bedrag van € 56.628.929 op de panden met ondergrond aan de Rengerslaan 8, alsmede op de panden met ondergrond die daaraan grenzen en die bij de Stichting NHL Stenden in eigendom zijn of waarvan zij het recht van erfpacht heeft voor onbepaalde tijd.
b) Eerste hypotheek tot een bedrag van € 40.000.000 op het complex “De Bouhof” gelegen op het perceel Rengerslaan 10 te Leeuwarden, alsmede op het perceel Dokkumertrekweg 39 te Leeuwarden.
c) Pandrecht op roerende zaken die bestemd zijn om hetgeen onder a. en b. is genoemd duurzaam te dienen en door hun vorm als zodanig zijn te herkennen en op machines en werktuigen die bestemd zijn om daarin een bedrijf uit te oefenen.
Tevens het pandrecht op hetgeen aan a. en b. is toegevoegd of veranderd.
Zekerheden lening ING Bank N.V.:
Eerste hypotheek op het pand met ondergrond en erf aan de Dellewal 8 en het pand met ondergrond en erf aan de Burgemeester van Heusdeweg 33. Beide panden zijn kadastraal bekend bij de gemeente Terschelling, sectie A respectievelijk onder de nummers 3507 en 3504. Tweede hypotheek op het pand met ondergrond, erf en verder aan en bijbehoren van het pand aan de Rengerslaan 10 te Leeuwarden. Het pand is kadastraal bekend bij gemeente Leeuwarden, sectie E onder het nummer 8029. Verpanding (2e pandrecht) van roerende zaken in de gebouwen aan de Rengerslaan 10 te Leeuwarden.
In 2019 is de lening ten bedrage van € 10 miljoen volledig afgelost, maar het bedrag staat direct ter beschikking als rekening-courant krediet (zie 1.2.4. Liquide middelen).
2.4. Kortlopende schulden
| 2.4 | Kortlopende schulden | 31-12-2020 | 31-12-2019 |
|---|---|---|---|
| € | € | ||
| 2.4.3. | Kredietinstellingen | ||
| Aflossingverplichtingen langlopende leningen | 3.297 | 3.965 | |
| Schatkistbankieren Ministerie van Financiën | 218 | - | |
| 3.515 | 3.965 | ||
| 2.4.8. | Crediteuren | 8.841 | 13.408 |
| 2.4.9. | Belastingen en premies sociale verzekeringen | ||
| Loonheffing | 8.024 | 7.449 | |
| Omzetbelasting | - | -200 | |
| Overig | 10 | -116 | |
| 8.034 | 7.133 | ||
| 2.4.10. | Schulden terzake van pensioenen | 2.213 | 2.027 |
| 2.4.12. | Overige schulden en overlopende passiva | ||
| Reservering vakantiedagen en -geld | 6.364 | 6.659 | |
| Te betalen lonen en salarissen | 1 | 106 | |
| Vooruitontvangen bedragen | 2.330 | 4.483 | |
| Vooruitontvangen collegegelden | 18.865 | 17.337 | |
| Te betalen rente | 747 | 820 | |
| Overlopende posten projecten | 10.257 | 6.513 | |
| Vooruitontvangen doelsubsidies OCW/EL&I geoormerkt | 640 | 687 | |
| Overige schulden | 3.078 | 3.427 | |
| 42.282 | 40.032 | ||
| Totaal kortlopende schulden | 64.885 | 66.565 |
Onder de ‘crediteuren’ zijn begrepen de aan derden verschuldigde bedragen voor leveringen en diensten die op balansdatum nog niet zijn betaald. Hieronder zijn begrepen de verschuldigde bedragen voor de inhuur van personeel, aanschaf van inventaris, schoonmaak, verbouwingen alsmede (tussentijdse) afdrachten uit hoofde van projecten met andere hogescholen.
Onder ‘vooruitontvangen bedragen’ zijn begrepen de van studenten ontvangen bedragen in het kader van Grand Tour. Met deze gelden worden o.a. accommodaties betaald. Voorts zijn hieronder begrepen de borg sommen die zijn ontvangen van toekomstige studenten van buiten de EU. Bij definitieve inschrijving vindt restitutie of verrekening plaats.
Onder de ‘vooruitontvangen collegegelden’ zijn begrepen de ontvangen bedragen voor academisch jaar 2020/2021 die betrekking hebben op kalenderjaar 2021.
Onder ‘overlopende posten projecten’ zijn de bedragen opgenomen die zijn ontvangen voor o.a. Erasmus beurzen, Stenden Professionals en diverse subsidieprojecten (SIA Raak, Leven Lang Leren, CP verkenning en Opleidingsschool Primair Onderwijs) waarbij de tegenprestatie door NHL Stenden nog niet is geleverd.
Een toelichting op de geoormerkte doelsubsidies OCW/EL&I is opgenomen als bijlage (model G) bij de jaarrekening.
Onder de opgenomen overige schulden en overlopende passiva bevinden zich geen posten met een looptijd van meer dan een jaar.
Niet in de balans opgenomen rechten en verplichtingen
Meerjarige financiële verplichtingen
(x € 1.000 exclusief omzetbelasting)
| Niet uit de balans blijkende verplichtingen | ||||
|---|---|---|---|---|
| Soort verplichting | Totaal | Voor 2021 | Looptijd 1 – 5 jaar | Looptijd > 5 jaar |
| Aannemingsovereenkomsten | 941 | 941 | - | - |
| Huurovereenkomsten | 3.692 | 1.081 | 1.737 | 874 |
| Onderhoudscontracten | 1.102 | 391 | 711 | - |
| Samenwerkingsovereenkomsten | 341 | 241 | 100 | - |
| Licenties | 4.823 | 3.055 | 1.763 | 5 |
| Overige overeenkomsten | 18.341 | 7.068 | 9.492 | 1.781 |
| 29.240 | 12.777 | 13.803 | 2.660 |
NHL Stenden heeft met een aantal leveranciers op basis van Europese en Nationale aanbestedingen (langlopende) contracten (beveiliging, schoonmaak, onderhoud, licenties etc.) afgesloten. Deze verplichtingen zijn niet in de balans opgenomen.
Bankgarantie
Voor de huurovereenkomst tussen Watersteeg B.V. en Stichting NHL Stenden Hogeschool heeft NHL Stenden een bankgarantie van de ING Bank N.V. afgegeven. Het huurbedrag van € 21.767,- heeft betrekking op de huur van ruimtes van het College Campus Meppel (Blankenstein 540).
Fiscale eenheid
Stichting NHL Stenden Hogeschool vormt met haar dochtermaatschappijen, Stenden University Hotel B.V., Stenden South Africa B.V., Stenden University Qatar B.V., Stenden University Asia B.V. en Stenden Professionals B.V. een fiscale eenheid voor de omzetbelasting. Op grond daarvan is de Stichting NHL Stenden Hogeschool aansprakelijk voor de belastingschuld van de fiscale eenheid als geheel.
Campus Terschelling
Woningbouwstichting De Veste heeft in overleg met de Gemeente en de NHL in 2015 besloten om over te gaan tot de realisatie van een campusgebouw ten behoeve van het MIWB op Terschelling. De Veste en de NHL zijn hierbij overeengekomen dat, ingeval het MIWB niet langer gevestigd zal zijn op Terschelling waardoor het onderwijs op Terschelling beëindigd zal worden, de NHL het campusgebouw en de ondergrond op schriftelijk verzoek van de Veste zal overnemen. De eventuele overnameprijs zal gebaseerd worden op de RICS Red Book
methode die een reële benadering geeft van de werkelijke verkoopprijs. Deze verplichting is aangegaan op 15 juli 2017 en blijft gedurende een termijn van 50 jaar in stand. In 2018 is de verhuur op Terschelling door WoonFriesland overgenomen van De Veste.
Fiscale claim
Kenniscampus CV heeft in 2017 ten onrechte BTW in aftrek gebracht door in een 10-jarige huurovereenkomst te opteren voor belaste verhuur. In 2020 is geconstateerd dat van belaste verhuur beperkt sprake is geweest. De omvang van het terug te betalen bedrag aan de belastingdienst kan niet voldoende betrouwbaar worden ingeschat.
Verhuurovereenkomsten
Onder verhuurovereenkomsten zijn diverse contracten ten aanzien van verhuur van ruimtes opgenomen.
(x € 1.000)
| Niet in de balans opgenomen rechten | ||||
|---|---|---|---|---|
| Soort recht | Totaal | Voor 2021 | Looptijd 1 – 5 jaar | Looptijd > 5 jaar |
| Verhuurovereenkomsten | 795 | 251 | 544 | - |
| 795 | 251 | 544 | - |
Toelichting op de geconsolideerde staat van baten en lasten over 2020
3. Baten
| 3.1. | Rijksbijdragen | Baten 2020 | Begroting 2020 | Baten 2019 |
|---|---|---|---|---|
| € | € | € | ||
| 3.1.1. | Normatieve rijksbijdrage hbo | 155.593 | 150.737 | 151.302 |
| 3.1.2. | Overige rijksbijdragen hbo | 768 | 430 | 1.693 |
| 156.361 | 151.167 | 152.995 |
De rijksbijdrage is in 2020 €3,4 miljoen hoger dan in 2019. De hogere bijdrage wordt onder andere veroorzaakt door de compensatie halvering collegegelden en door de compensatie van de loonkostenstijging.
Voor een nadere toelichting van de overige rijksbijdragen verwijzen wij u naar het model G, dat als bijlage aan deze jaarrekening is toegevoegd.
| 3.2. | Overheidsbijdragen / subsidies overige overheden | Baten 2020 | Begroting 2020 | Baten 2019 |
|---|---|---|---|---|
| € | € | € | ||
| Subsidiebaten | 5.851 | 6.032 | 3.726 |
De subsidiebaten zijn ten opzichte van 2019 gestegen met € 2,1 miljoen, met name als gevolg dat er afgelopen jaar meer aandacht is geschonken aan het binnenhalen van projecten. De begrote opbrengst is niet gehaald als gevolg van Covid-19, maar de impact hiervan is beperkt gebleven.
| 3.3. | (Wettelijke) college-, cursus-, les- en examengelden | Baten 2020 | Begroting 2020 | Baten 2019 |
|---|---|---|---|---|
| € | € | € | ||
| Collegegelden | 48.334 | 44.663 | 48.671 |
De baten van college, cursus, les en examengelden is gelijk aan die van 2019. De stijging ten opzichte van de begroting wordt enerzijds veroorzaakt door meer studenten en anderzijds doordat er nog opbrengsten zijn gegenereerd bij de verschillende deelnemingen, deze waren niet meegenomen in de begroting.
| 3.4 | Baten werk in opdracht van derden | Baten 2020 | Begroting 2020 | Baten 2019 |
|---|---|---|---|---|
| € | € | € | ||
| 3.4.1. | Contractonderzoek en -onderwijs | 5.772 | 7.222 | 8.127 |
| 3.4.5.1. | Omzet Horeca Operations | 516 | 1.692 | 1.924 |
| 6.288 | 8.914 | 10.051 |
De baten werk in opdracht van derden zijn € 3,8 miljoen lager dan voorgaand jaar en € 2,6 miljoen lager dan begroot. Vanwege Covid-19 en de verbouwing aan het hotel heeft Stenden University Hotel BV minder opbrengsten kunnen genereren. De aquisitie van de commerciële activiteiten heeft vrijwel stilgelegen en cursussen zijn vertraagd of uitgesteld door de Corona maatregelen.
| 3.5 | Overige baten | Baten 2020 | Begroting 2020 | Baten 2019 |
|---|---|---|---|---|
| € | € | € | ||
| 3.5.1. | Verhuuropbrengsten | 276 | 229 | 260 |
| 3.5.2. | Detacheringen personeel | 1.310 | 805 | 1.472 |
| 3.5.3. | Diverse overige opbrengsten | 2.535 | 4.336 | 3.750 |
| 4.121 | 5.370 | 5.482 |
De daling in de overige baten ten opzichte van 2019 wordt veroorzaakt doordat er vanwege Covid-19 minder excursies en andere studentactiviteiten hebben kunnen plaats vinden.
4. Lasten
| 4.1 | Personeelslasten | Lasten 2020 | Begroting 2020 | Lasten 2019 |
|---|---|---|---|---|
| € | € | € | ||
| 4.1.1.1. | Brutolonen en salarissen | 119.671 | 144.311 | 113.677 |
| 4.1.1.2. | Sociale lasten | 14.978 | 14.154 | |
| 4.1.1.3. | Pensioenlasten | 18.767 | 17.514 | |
| 4.1.2. | Overige personeelslasten | 15.331 | 15.950 | 16.864 |
| 168.747 | 160.261 | 162.209 |
| 4.1.2. | Overige personeelslasten | Lasten 2020 | Begroting 2020 | Lasten 2019 |
|---|---|---|---|---|
| € | € | € | ||
| 4.1.2.1. | Dotatie personele voorzieningen | 4.120 | 1.340 | 4.329 |
| 4.1.2.2. | Personeel niet in loondienst | 7.676 | 7.466 | 11.504 |
| 4.1.2.3. | Overige personeelskosten | 4.339 | 7.144 | 2.257 |
| 4.1.2.4. | Ontvangen ziekegelduitkeringen | -619 | -112 | |
| 4.1.2.5 | Vrijval personele voorzieningen | -185 | -1.114 | |
| 15.331 | 15.950 | 16.864 |
De personeelslasten zijn in 2020 toegenomen met € 6,5 miljoen tot € 169 miljoen. Deze groei wordt vooral verklaard door een CAO-verhoging van de salarissen in juli 2020 met 2,75%. Daarnaast heeft er in juni nog een eenmalige uitkering plaatsgevonden aan alle medewerkers van € 880 bruto. Verder is het gemiddeld aantal personeelsleden met 113 fte gestegen ten opzichte van 2019.
De daling in de overige personeelslasten wordt veroorzaakt doordat er minder behoefte was om mensen in te huren.
Personeelsleden
Binnen de groep waren in 2020 gemiddeld 1.852 fte werkzaam (2019: 1.739 fte). Dit is exclusief het personeel van de International Campus. Inclusief de International Campuses waren er gemiddeld 1.956 fte (2019: 1.856 fte).
| 4.2. | Afschrijvingen | Lasten 2020 | Begroting 2020 | Lasten 2019 |
|---|---|---|---|---|
| € | € | € | ||
| 4.2.1 | Bedrijfsgebouwen en - terreinen | 4.728 | 8.960 | 4.817 |
| 4.2.2 | Inventaris en apparatuur | 7.211 | 2.791 | 6.771 |
| 4.2.3 | Vrijval egalisatierekening | -252 | -247 | |
| 11.687 | 11.751 | 11.341 |
| 4.3. | Huisvestingslasten | Lasten 2020 | Begroting 2020 | Lasten 2019 |
|---|---|---|---|---|
| € | € | € | ||
| 4.3.1. | Huur | 2.144 | 1.763 | 2.331 |
| 4.3.2. | Verzekeringen | 148 | 5 | 145 |
| 4.3.3. | Onderhoud onroerend goed | 2.068 | 2.003 | 2.483 |
| 4.3.4. | Energie en water | 1.546 | 1.533 | 1.435 |
| 4.3.5. | Schoonmaakkosten | 2.492 | 2.562 | 2.517 |
| 4.3.6. | Wettelijke lasten | 982 | 933 | 1.036 |
| 4.3.8.1. | Bewakingskosten | 464 | 500 | 569 |
| 4.3.8.2. | Overige huisvestingslasten | 719 | 545 | 1.541 |
| 10.563 | 9.844 | 12.057 |
Ten opzichte van de begroting zijn de huisvestingslasten € 0,7 miljoen hoger, wat met name wordt veroorzaakt door de extra huurlasten in verband met verbouwing aan het hotel. De daling ten opzichte van 2019 wordt met name veroorzaakt doordat er in 2019 meer klein onderhoud heeft plaatsgevonden en door een reclassificatie van de bijdrage aan Hogeschool Van Hall Larenstein voor de samenwerking in het kader van de opleiding Life Sciences. Deze bijdrage valt in 2020 onder overige lasten.
| 4.4. | Overige lasten | Lasten 2020 | Begroting 2020 | Lasten 2019 |
|---|---|---|---|---|
| € | € | € | ||
| 4.4.1. | Administratie- en beheerslasten | 10.007 | 13.074 | 11.446 |
| 4.4.2. | Inventaris- en apparatuurkosten | 8.734 | 7.108 | 8.364 |
| 4.4.3. | Leermiddelen | 3.611 | 4.789 | 4.113 |
| 4.4.5.1. | Reis- en verblijfkosten | 1.418 | 2.101 | 2.965 |
| 4.4.5.2. | Representatiekosten | 400 | 362 | 589 |
| 4.4.5.3. | PR en reclamekosten | 2.586 | 1.875 | 1.937 |
| 4.4.5.4. | Overige beheerslasten | 2.956 | 4.161 | 5.093 |
| 29.712 | 33.470 | 34.507 |
De overige lasten zijn € 4,8 miljoen lager dan in 2019 en € 3,8 miljoen lager dan begroot. Ook hier geldt dat dit het gevolg is van Covid-19. Zo is er minder geld uitgegeven aan innovatiemiddelen, accreditatiekosten, professionalisering, leermiddelen en reis- en verblijfkosten. Wel zijn er meer kosten gemaakt voor online marketing die niet begroot waren.
Onderdeel van de administratie en beheerslasten zijn de kosten voor accountantsdiensten. De ten laste van het boekjaar gebrachte kosten van de externe accountant en de accountantsorganisatie en het gehele netwerk waartoe deze accountantsorganisatie behoort, zijn als volgt voor de groep:
| Accountantshonoraria 2020 (x € 1.000) | |||
|---|---|---|---|
| Ernst & Young Accountants LLP | Ernst & Young Overig | Totaal | |
| Onderzoek van de jaarrekening | 209 | - | 209 |
| Andere controleopdrachten | - | 69 | 69 |
| Adviesdiensten op fiscaal terrein | - | - | - |
| Andere niet-controlediensten | - | - | - |
| 209 | 69 | 278 |
| Accountantshonoraria 2019 (x € 1.000) | |||
|---|---|---|---|
| Ernst & Young Accountants LLP | Ernst & Young Overig | Totaal | |
| Onderzoek van de jaarrekening | 214 | - | 214 |
| Andere controleopdrachten | - | 14 | 14 |
| Adviesdiensten op fiscaal terrein | - | - | - |
| Andere niet-controlediensten | - | - | - |
| 214 | 14 | 228 |
Bovenstaande honoraria voor onderzoek van de jaarrekening is gebaseerd op de totale honoraria voor het onderzoek van de jaarrekening ongeacht of de werkzaamheden reeds gedurende het boekjaar zijn verricht.
| 5 | Financiële baten en lasten | Baten en lasten 2020 | Begroting 2020 | Baten en lasten 2019 |
|---|---|---|---|---|
| € | € | € | ||
| 5.1. | Financiële baten | 12 | 10 | 26 |
| 5.2. | Financiële lasten | -1.157 | -1.202 | -1.252 |
| -1.145 | -1.192 | -1.226 |
| 6 | Belastingen | Baten en lasten 2020 | Begroting 2020 | Baten en lasten 2019 |
|---|---|---|---|---|
| € | € | € | ||
| Mutatie belastingvoorziening en winstbelasting | 27 | - | -40 |
| 7 | Resultaat uit deelnemingen | Baten en lasten 2020 | Begroting 2020 | Baten en lasten 2019 |
|---|---|---|---|---|
| € | € | € | ||
| Coöpreratieve Maritieme Academy Holland | -6 | - | - | |